ECLI:NL:GHSHE:2019:2431
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ondertoezichtstelling wegens toereikende vrijwillige hulpverlening
In deze zaak is de ondertoezichtstelling van een minderjarige door de rechtbank Zeeland-West-Brabant bestreden door de moeder van het kind. De moeder heeft betoogd dat na de eerste zitting in augustus 2018 zij direct hulpverlening in het vrijwillig kader heeft opgestart, waarbij maatschappelijk werk de coördinatie verzorgt en er positieve ontwikkelingen zijn bij het kind, zoals geen schoolverzuim en gedragsmatige vooruitgang.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft erkend dat de zitting in januari 2019 op een ongelukkig moment plaatsvond en dat met de huidige kennis de ondertoezichtstelling niet nodig zou zijn geweest. Het hof heeft vastgesteld dat de raad destijds geen actueel onderzoek heeft verricht en zich baseerde op verouderde informatie.
Het hof overweegt dat een ondertoezichtstelling een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden opgelegd als er een wettelijke grondslag is. Gezien de positieve ontwikkeling van het kind en de toereikende vrijwillige hulpverlening, is er geen grondslag voor de ondertoezichtstelling. Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het het verzoek tot ondertoezichtstelling af.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt vernietigd en het verzoek tot ondertoezichtstelling afgewezen wegens toereikende vrijwillige hulpverlening.