In deze civiele zaak tussen buren gaat het om klachten van appellante over hinder veroorzaakt door de rookgasafvoer, airco-units, ramen en de aanbouw van de woning van geïntimeerde 1. De rookgasafvoer is verplaatst naar het dak en voldoet aan het Bouwbesluit, waardoor de klacht hierover wordt afgewezen. De airco’s zijn zichtbaar maar veroorzaken volgens het hof geen onrechtmatige visuele hinder. Appellante voert echter geluidshinder aan, waarvoor het hof een deskundigenbericht overweegt.
Wat betreft de ramen oordeelt het hof dat het kleine raam geen uitzicht op het erf van appellante biedt en dat het grote raam onder verjaring valt, omdat het al meer dan twintig jaar bestaat. De vorderingen van appellante worden daarom afgewezen.
Het hof wijst een deskundigenbericht toe om vast te stellen of de airco’s bij volle sterkte een hoger geluidsniveau produceren dan toegestaan volgens het Bouwbesluit en de APV van de gemeente. De zaak wordt aangehouden tot het onderzoek is afgerond.