Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
- [slachtoffer 2] heeft verklaard (pg. 12 t/m 16) dat verdachte direct [slachtoffer 1] een vuistslag gaf in zijn gezicht. [slachtoffer 2] heeft verdachte toen met beide armen om zijn middel gepakt. Terwijl hij verdachte vasthield werd hij van achteren geslagen door [medeverdachte] .
- [slachtoffer 1] heeft verklaard (pg. 17 t/m 23) dat [slachtoffer 2] zijn arm uitstrekte om verdachte tegen te houden en dat vervolgens [medeverdachte] op het uitlaatveld kwam. Hij zag dat [slachtoffer 2] probeerde verdachte tegen te houden en dat het hoofd van [slachtoffer 2] werd geraakt door de vuist van [medeverdachte] . Omdat [slachtoffer 2] hierdoor was uitgeschakeld kon verdachte bij [slachtoffer 1] komen. Vervolgens zag hij dat verdachte zijn rechterhand balde tot een vuist en zag en voelde hij dat verdachte hem met zijn vuist op zijn voorhoofd raakte. [slachtoffer 1] heeft met beide armen verdachte om zijn middel gegrepen en richting de nabijgelegen banken gebracht, alwaar hij hem tussen zijn lichaam en de heg
- [getuige] , de vriendin van [slachtoffer 1] , heeft verklaard (pg. 37 t/m 39) dat zij zag dat de twee mannen het hondenveldje binnen liepen en dat één van die twee mannen, verdachte, over de poort van het uitlaatveld sprong. Ze zag dat [medeverdachte] op [slachtoffer 1] af liep en hoorde hem zeggen: “Kan je wel, kleine jongens slaan”. Ze zag dat [medeverdachte] [slachtoffer 1] in zijn gezicht begon te slaan. Zij zag ineens dat het gezicht van [slachtoffer 2] onder het bloed zat. Zij heeft gezien dat [slachtoffer 1] verdachte geklemd hield tussen de heg
- Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard (pg. 64 t/m 67) dat verdachte in de richting van het park liep om te vragen wat er gebeurd was. Hij zag dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] direct boven op verdachte zaten. [medeverdachte] heeft [slachtoffer 2] van verdachte af getrokken en heeft daarna geprobeerd [slachtoffer 1] los te krijgen van verdachte, waarbij hij hem misschien heeft geraakt. Het kan zijn dat hij, [medeverdachte] , heeft geroepen: "Kun je wel kleine jongens slaan.”
- Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij direct werd aangepakt door [slachtoffer 1] en tegen het hek werd geduwd, waar hij overheen was gesprongen. [slachtoffer 1] pakte hem met beide armen vast bij zijn schouders en om zijn middel. De armen van verdachte zaten tegen zijn lijf gedrukt, hij kon geen kant op toen hij over de rand van het hek werd gedrukt. [slachtoffer 1] probeerde hem te bijten. Vervolgens kwam [slachtoffer 2] erbij. Toen werd er getrokken en wist verdachte dat [medeverdachte] erbij was. Verdachte is losgetrokken. Verdachte zag [medeverdachte] pas toen hij los kwam. Verdachte heeft verklaard dat hij geen van beide heren heeft geslagen. Hij heeft [slachtoffer 1] wel vastgepakt en flink terug gezet en geduwd tegen [slachtoffer 1] om weg te komen. Het kan zijn dat hij daarbij stevig in het gezicht van [slachtoffer 1] heeft geduwd.