Uitspraak
in de zaak met parketnummer 01-860203-18
- bepleit dat verdachte zal worden vrijgesproken van feit 1, 2 en 3 in de zaak met parketnummer 01-865141-16;
- zich gerefereerd aan het oordeel van het hof wat betreft feit 4 in de zaak met parketnummer 01-865141-16 en het ten laste gelegde onder parketnummer
- indien het hof tot een bewezenverklaring gelijk de rechtbank komt, betoogd dat de straf aanzienlijk zal worden gematigd ten opzichte van de door de rechtbank opgelegde straf;
- zich gerefereerd aan het oordeel van het hof wat betreft het beslag en de vordering tenuitvoerlegging;
- verzocht, zo begrijpt het hof de raadsman, de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet geheel toe te wijzen.
- op p. 4, onder het kopje ‘Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] d.d. 10 oktober 2016 (p. 77-81)’, wordt in de derde regel de tekst ‘Ik hoorde dat zei’ vervangen door ‘Ik hoorde dat zij’;
- op p. 8, onder het kopje ‘De door verdachte ter terechtzitting van 5 juni 2018 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:’,
- op p. 9, wordt de vijfde alinea (beginnend met de tekst ‘Naar het oordeel van de rechtbank (…) en eindigend met ‘(…) in bewaring genomen.’) geschrapt.
- op p. 15, wordt in de vierde alinea bij de tweede zin na het woord ‘ook’ het woord ‘op’ toegevoegd.
- de volgorde van die twee handelingen;
- de vraag of de klap tegen het gezicht van [slachtoffer 2] met de vlakke hand ([slachtoffer 2]) of met de vuist heeft plaatsgevonden ([slachtoffer 3]);
- het object waartegen [slachtoffer 3] aan is gegooid.
- de omstandigheid dat uit het de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 24 april 2019 volgt dat verdachte eerder veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld en dat art. 63 Sr Pro van toepassing is;
- het tijdsverloop;
- de omstandigheid dat alle bewezen verklaarde feiten zijn begaan tegen personen met wie verdachte een affectieve relatie heeft of had. Uit het dossier komt het beeld naar voren dat verdachte juist bij dergelijke personen zijn zin wil doordrijven en er niet voor terugdeinst om daarbij geweld toe te passen dan wel daarmee te dreigen. Het hof heeft uit de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep niet de indruk gekregen dat verdachte het kwalijke van dergelijk handelen inmiddels inziet. Om die reden acht het hof het aangewezen dat aan verdachte in ieder geval ook een fikse voorwaardelijke straf wordt opgelegd als stok achter de deur.
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.