Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na echtscheiding is door de rechtbank een kinderalimentatie vastgesteld van €155,23 per kind per maand vanaf 1 maart 2015. De man verzocht wijziging van deze alimentatie met ingang van 1 augustus 2017, stellende dat deze op nihil moet worden gesteld.
De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man in hoger beroep ging. Tijdens het hoger beroep hebben partijen een minnelijke regeling getroffen waarin de alimentatie voorlopig op nihil wordt gesteld, maar de man een achterstallige bijdrage van €1.060,- betaalt voor de periode van 1 september 2017 tot 28 maart 2019 en tot het meerderjarig worden van het oudste kind.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking, wijzigt de alimentatie met ingang van 1 september 2017 en legt de betaling van de achterstallige alimentatie vast. De kosten van het geding worden door partijen zelf gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.