ECLI:NL:GHSHE:2019:3160
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellanten verzochten de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een gezamenlijke schuldenlast van ruim €534.000, waaronder aanzienlijke belastingschulden. De rechtbank wees het verzoek af omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van deze schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij als ondernemers niet te kwader trouw hadden gehandeld en dat de rechtbank ten onrechte geen onderscheid had gemaakt tussen zakelijke en privé-schulden bij de beoordeling van de goede trouw. Zij stelden dat zij hun schulden onder controle hadden gekregen en dat er geen nieuwe schulden waren ontstaan.
Het hof oordeelde dat de preferente belastingschulden vrijwel geheel binnen de vijfjaarstermijn waren ontstaan en dat deze schulden niet te goeder trouw waren ontstaan, mede door het niet nakomen van fiscale verplichtingen en het prioriteren van consumptieve uitgaven. Daarnaast hadden appellanten onvoldoende inspanningen aangetoond om openstaande debiteuren te innen en hadden zij aanzienlijke privéonttrekkingen gedaan. Ook was de saneringsgezinde grondhouding onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Het beroep op de hardheidsclausule werd verworpen omdat niet was voldaan aan de vereisten en de omstandigheden onvoldoende aannemelijk waren om aan te nemen dat de schulden onder controle waren. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens het ontbreken van goede trouw.