ECLI:NL:GHSHE:2019:3161
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging weigering toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goeder trouw en onvoldoende nakoming
De appellant verzocht de rechtbank om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat hij te goeder trouw was geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en dat hij de verplichtingen uit de regeling zou nakomen. De appellant verscheen niet bij de zittingen in eerste aanleg, wat de rechtbank belemmerde in haar beoordeling.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn afwezigheid te wijten was aan reiskostenproblemen en gezondheidsklachten, en dat zijn goeder trouw en vermogen om aan verplichtingen te voldoen voldoende uit het verzoekschrift blijken. Hij wilde in hoger beroep wel verschijnen om zijn standpunten toe te lichten.
Het hof oordeelde dat de schulden aan DUO en het CJIB, waaronder een preferente belastingschuld en een schadevergoedingsmaatregel wegens een strafrechtelijke veroordeling, in beginsel niet te goeder trouw zijn ontstaan. Ook ontbrak een verklaring dat psychosociale problemen beheersbaar zijn. Door het herhaaldelijke verzuim zonder bericht van verhindering en het ontbreken van een persoonlijke toelichting achtte het hof niet aannemelijk dat appellant aan de verplichtingen kan voldoen.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af.