ECLI:NL:GHSHE:2019:3164
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schuldenaar niet-ontvankelijk wegens onjuist verlopen minnelijk traject bij schuldsaneringsregeling
Appellant verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim € 813.000, waaronder een preferente belastingschuld van ruim € 203.000. De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en dat hij de verplichtingen van de regeling zou nakomen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de belastingschulden deels uit een eerdere periode stammen en dat hij door ziekte en revalidatie financieel in de problemen was gekomen. Hij stelde dat hij inmiddels stabiel was, weer werkte en gemotiveerd was om de regeling te volgen. Tevens deed hij een beroep op de hardheidsclausule.
Het hof oordeelde dat appellant het minnelijk traject niet correct had doorlopen, omdat hij na vermindering van zijn schuldenlast geen aangepast aanbod aan schuldeisers had gedaan. Dit is een vereiste voor ontvankelijkheid. Daarnaast was onvoldoende aannemelijk dat appellant te goeder trouw was geweest bij het ontstaan van de schulden, mede door ontbrekende bewijsstukken en onvoldoende inzicht in zijn medische situatie en financiële administratie.
Het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen omdat appellant onvoldoende bewijs leverde dat hij de verplichtingen van de regeling zou nakomen. Het hof verklaarde appellant daarom niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.