Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnr. C/02/354813 / KG ZA 19-66)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
“6. De verwachte kosten in [de vennootschap 2] bestaan uit:
[bestuurder van appellante 2] en [bestuurder van appellante 1] zullen vanaf 1 mei 2017 als bestuurder (gezamenlijk bevoegd) worden ingeschreven in de Kamer van Koophandel.
- a) [bestuurder en aandeelhouder van geintimeerde] heeft namens [geïntimeerde] aan [klant 4] , [klant 3] en [klant 5] geschreven (productie 8 bij inleidende dagvaarding): “Op de namens [de vennootschap 2] aan u verzonden facturen staat ten onrechte het bankrekeningnummer van [de vennootschap 1] vermeld. Betalingen dienen echter op de ING bankrekening van [de vennootschap 2] te worden overgemaakt.”
- b) [klant 4] heeft geantwoord dat zij geen zaken heeft gedaan met [geïntimeerde] (productie 11 bij inleidende dagvaarding).
- c) [klant 5] heeft aan [appellante] laten weten dat zij al jaren samenwerkt met [appellante] (productie 18 voor de zitting in eerste aanleg).
- d) [klant 6] heeft aan [appellante] laten dat zij “niet aan deze ‘interne’ soap” meedoet en dat zij heeft betaald op het bij haar bekende adres (e-mail van 8 april 2019). Dit was nadat [appellante] (handelend onder haar nieuwe naam [nieuwe handelsnaam] ) had gevraagd waarom [klant 6] een ander bankrekeningnummer had gebruikt dan op de factuur van [appellante] was vermeld (e-mail van 1 maart 2019) (productie 1 bij grieven).
4.De uitspraak
10 september 2019.