Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/355844/ KG ZA 19-121)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties/eiswijziging.
3.De beoordeling
- rente: € 968,07 (ruim drie-en-een-halve maand);
- premies: € 461,16 (incl. de nota van 7 maart 2019).
- het spoedeisend belang (grief I);
- de medewerking van de man aan de verkoop van de woning (grieven II en III);
- de hypotheekbetalingen en de daaraan verbonden dwangsom (grieven IV en V).
manbetoogt dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft overwogen (rov. 4.1. en 4.2.) dat de vrouw voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorzieningen. Inmiddels is geen sprake meer van een spoedeisend belang. Hij toont zich bereid (geheel onverplicht) de volledige hypotheeklasten te blijven voldoen totdat de woning, waarin hij woont, is verdeeld. Sinds het bestreden vonnis heeft hij in totaal € 1.190,-- voldaan (prod. 1 tot en met 4 bij mvg) en zal hij ook de lopende termijnen blijven voldoen. daarmee is het spoedeisend karakter van de vorderingen komen te ontvallen.
vrouwstelt dat zij nog steeds een spoedeisend belang heeft. De man laat nog steeds niet zien de volledig aan de hypotheek verbonden bedragen te kunnen betalen. Hij heeft weliswaar recentelijk betalingen aan Delta Lloyd gedaan, maar loopt nog steeds (zij het minimaal) achter. Voor de man juli 2019 heeft hij € 260,-- betaald in plaats van de verschuldigde € 267,17 (prod. 2 bij mva). Daarnaast is het vanwege een saldotekort op de bankrekening van de man voor Delta Lloyd niet mogelijk om de aan de hypotheek verbonden verzekeringspremies te incasseren. Een bedrag van € 7,17 dat te weinig is betaald, lijkt misschien niet ernstig maar kan ook betekenen dat de man zo weinig marges heeft dat hij een dusdanig klein bedrag niet kan betalen. Dat baart zorgen voor de toekomstige betalingscapaciteit van de man.
hofstelt bij de beoordeling van deze grief voorop dat in hoger beroep niet beslissend is of in eerste aanleg al dan niet terecht een spoedeisend belang is aangenomen. Het gaat erom of ten tijde van de uitspraak in hoger beroep een spoedeisend belang aanwezig is (Zie HR 31 mei 2002, LJN AE3437, NJ 2003/343 m.nt. H.J. Snijders).