Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige](hierna: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, geboren in 2003, die sinds 2014 onafgebroken onder toezicht staat en sinds 2015 uit huis geplaatst is vanwege ernstige problematiek.
De moeder stelt dat zij in staat is de opvoeding van de minderjarige op zich te nemen en dat de problematiek van het kind beter thuis kan worden aangepakt. De gecertificeerde instelling (GI) betwist dit en wijst op de complexe problematiek van het kind, waaronder een licht verstandelijke beperking, ontwikkelingsstoornissen en een chronische posttraumatische stressstoornis door seksueel misbruik. Ook is sprake van een loyaliteitsconflict door de strijd tussen de ouders.
Het hof overweegt dat de wettelijke vereisten voor verlenging van de machtiging zijn vervuld en dat een terugplaatsing naar de ouders momenteel niet in het belang van de minderjarige is. Het hof vraagt daarnaast aandacht voor de samenstelling van de groep waarin de minderjarige verblijft en de samenwerking tussen moeder en jeugdzorgwerker. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst het beroep van de moeder af.