Uitspraak
Raadkamer
[verzoeker] ,
Procesverloop
De beoordeling
BESLISSING
af.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
De zaak betreft een verzoek ex artikel 36 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot verklaring dat de strafzaak tegen verzoeker is geëindigd wegens niet-voortzetting van de vervolging. Het hof behandelde het verzoek op niet-openbare zittingen en overwoog dat artikel 36 Sv Pro ook van toepassing is bij vertraging in de afhandeling van een strafzaak tussen eerste aanleg en hoger beroep.
Verzoeker stelde dat het horen van getuigen pas na ruim tien jaar zou plaatsvinden, wat het recht op een eerlijk proces zou schenden. Het openbaar ministerie wilde de zaak voortzetten en kondigde een regiezitting aan. Het hof gaf het OM de gelegenheid om aan te tonen dat vervolging zou plaatsvinden en stelde de beslissing uit.
Na beoordeling concludeerde het hof dat het openbaar ministerie met de dagvaarding voor de regiezitting op 6 januari 2020 aannemelijk heeft gemaakt dat vervolging zal worden voortgezet. Gezien de ernst van de zaak en het tijdsverloop achtte het hof geen sprake van onredelijke vertraging.
Daarom wees het hof het verzoek tot beëindiging van de strafzaak af en verklaarde dat de zaak niet is geëindigd. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 26 juli 2019.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de strafzaak wordt afgewezen omdat geen sprake is van onredelijke vertraging en verdere vervolging aannemelijk is.