Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 3] ,wonende te [woonplaats] ,
[betrokkene] ,
1.Het geding in eerdere instanties
2.Het geding in hoger beroep na verwijzing
3.De beoordeling na verwijzing
f.4.925,60 vanaf 26 februari 1986 (de datum van overlijden van erflaatster).
f.4.925,60 dient berekend te worden tot aan de dag van inbreng in de onverdeeldheid ter verdeling tussen de erfgenamen.
f704.828,-, d.i. € 319.837,-;
f505.328,75, d.i. € 229.308,19;
f23.942,-, d.i. € 10.864,41, welk bedrag op 1 juni
f28.300,-, d.i. € 12.841,98;
f4.925,60, d.i. € 2.235,14;
f22.856,29, d.i. € 10.371,73;
f119.764,- is beslist in het vonnis van de rechtbank Assen van 27 augustus 2008 (pagina 2); omtrent de wijze van verdeling van de roerende zaken is beslist in het vonnis van de rechtbank Assen d.d. 12 april 1994, blad 7.