ECLI:NL:GHSHE:2019:3625
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: draagkracht en zorgkorting herziening
In deze zaak is het hoger beroep behandeld van de man tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant over kinderalimentatie. Partijen zijn de ouders van twee minderjarige kinderen en hebben tot het voorjaar 2017 een relatie gehad. De rechtbank had de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding vastgesteld op €250 per kind per maand.
De man betwistte de draagkrachtberekening en stelde dat hij slechts €193 per maand totaal kon bijdragen. Het hof onderzocht de netto besteedbare inkomens van beide partijen, waarbij het inkomen van de vrouw onbetwist bleef vastgesteld op €1.589 per maand en haar draagkracht op €124 per maand. Het netto besteedbaar inkomen van de man werd berekend op €1.805 per maand voor de periode van 24 april 2018 tot 31 december 2018 en €1.939 per maand vanaf 1 januari 2019, rekening houdend met pensioenpremies en vakantietoeslag.
De draagkracht van de man werd vastgesteld op respectievelijk €240,45 en €285,11 per maand. De gezamenlijke draagkracht van partijen was onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. De zorgkorting van 15% die de man had toegepast verviel omdat het tekort groter was dan tweemaal de zorgkorting. Het hof bepaalde daarom de kinderalimentatie op €120,17 per kind per maand tot eind 2018 en €142,55 per kind per maand vanaf 2019. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man moet vanaf 24 april 2018 €120,17 per kind per maand betalen en vanaf 1 januari 2019 €142,55 per kind per maand, met vervallen zorgkorting.