Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
[appellante],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak tussen buren over vochtschade aan een mandelige scheidsmuur heeft het hof het vonnis van de rechtbank Limburg bekrachtigd. De vochtschade ontstond in de aanbouw van [geïntimeerde 1] en de oorzaak was onduidelijk, waarbij deskundigen verschillende oorzaken aanvoerden.
De rechtbank had op basis van een deskundigenrapport van Feron vastgesteld dat [appellant] onrechtmatig handelde door een vochtscherm aan te brengen dat vochtproblemen veroorzaakte, en dat partijen de herstelkosten gelijkelijk moesten dragen. [appellant] voerde in hoger beroep aan dat er geen vochtscherm was en dat de oude lekkage uit 2012 de oorzaak was, maar het hof volgde het oordeel van Feron.
Het hof verwierp ook de vordering voor geforceerd drogen van de muur omdat dit niet voldoende onderbouwd was. De kosten van herstel werden vastgesteld op basis van de begroting van Feron, waarbij hogere facturen van [vochttechniek] Vochttechniek niet werden erkend. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het geschil spitste zich toe op de oorzaak van de vochtschade en de verdeling van de herstelkosten. Het hof oordeelde dat het 50%/50% kostenverdeling passend is gezien de wederzijdse bijdragen aan de schade. Het arrest werd op 8 oktober 2019 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat partijen ieder voor 50% aansprakelijk zijn voor de vochtschade en [appellant] de helft van de herstelkosten moet betalen.