Uitspraak
- het onder parketnummer 02-800647-15 onder 1 subsidiair ten laste gelegde, te weten – kort gezegd – de eendaadse samenloop van diefstal met geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd door twee personen, terwijl het feit de dood tot gevolg heeft, en afpersing meermalen gepleegd, gepleegd door twee personen, terwijl het feit de dood tot gevolg heeft;
- het onder parketnummer 02-800647-15 onder 2 ten laste gelegde, te weten – kort gezegd – afpersing meermalen gepleegd, gepleegd door twee personen;
- het onder parketnummer 02-665178-16 onder 1 ten laste gelegde, te weten – kort gezegd – het voorhanden hebben van een wapen van categorie II (jachtgeweer);
- het onder parketnummer 02-665178-16 onder 2 primair ten laste gelegde, te weten poging tot doodslag;
- het onder parketnummer 02-665178-16 onder 3 ten laste gelegde, te weten – kort gezegd – een poging tot diefstal door middel van braak;
- het onder parketnummer 02-665178-16 onder 4 ten laste gelegde, te weten – kort gezegd – het voorhanden hebben van een wapen van categorie III (pistool).
- verdachte zal vrijspreken van het onder parketnummer 02-800647-15 onder 1 primair ten laste gelegde;
- zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd onder parketnummer 02-800647-15 onder 1 subsidiair (in eendaadse samenloop), met dien verstande dat in plaats van “verdovende middelen” bewezen zal worden verklaard “in elk geval enig goed”, er één sieraad bewezen zal worden verklaard bij – kort gezegd – de diefstal met geweld in vereniging gepleegd, terwijl het feit de dood tot gevolg heeft, en partieel vrijspraak dient te volgen van “een hoeveelheid geld”;
- zal bewezen verklaren hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd onder parketnummer 02-800647-15 onder 2;
- voorts bewezen zal verklaren hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd onder parketnummer 02/665178-16 onder 1, 2 primair, 3 en 4;
- verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren, met aftrek van voorarrest;
- het inbeslaggenomen wapen en de inbeslaggenomen patroonhouder zal onttrekken aan het verkeer;
- de inbeslaggenomen tas en broek zal teruggeven aan verdachte;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 4.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade en voor wat betreft de gevorderde materiële schade;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] geheel en hoofdelijk zal toewijzen, zijnde een bedrag van € 1.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 50,00 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële en immateriële schade;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 16,80 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal verklaren voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade;
- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] , die zich niet opnieuw heeft gevoegd in hoger beroep, zal toewijzen voor het bedrag dat in hoger beroep van rechtswege aan de orde is, zijnde een bedrag van € 3.000,00 aan immateriële schade (welk bedrag is toegewezen door de rechtbank), te vermeerderen met de wettelijke rente, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
hij op of omstreeks 15 september 2015 te Tilburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 6] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met een vuurwapen een of meer kogel(s) in/door de borststreek, althans het lichaam, van [slachtoffer 6] , te schieten en/of af te vuren, welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van (enig) strafba(a)r(e) feit(en), te weten diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging gepleegd op 15 september 2015 te Tilburg, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat/die feit(en) voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat/die feit(en) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
hij op of omstreeks 15 september 2015 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 1] ) heeft/hebben weggenomen een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)
hij in of omstreeks de periode van 26 augustus 2015 tot en met 22 september 2015 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, een of meer wapens van categorie II onder 3e (Wet wapens en munitie), te weten een vuurwapen dat zodanig vervaardigd is dat de aanvalskracht wordt verhoogd, te weten een jachtgeweer waarvan de loop (gedeeltelijk) is afgezaagd, voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 04 september 2015 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 5] opzettelijk van het leven te beroven, een vuurwapen heeft/hebben getoond en/of vervolgens heeft/hebben geschoten in de richting van het lichaam van [slachtoffer 5] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 17 juli 2015 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van verbreking, een keukenraam aan de voorzijde van de woning heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij in de periode van 4 september 2015 tot en met 22 september 2015 te Spijkenisse en/of Tilburg een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool, merk CZ, type 27, kaliber 7,65 mm, serienummer 320320, en/of munitie van categorie II en/of III, voorhanden heeft gehad.
hij op 15 september 2015 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een sieraad en een taser en enig goed, toebehorende aan [slachtoffer 6] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader
hij op 15 september 2015 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval enig goed, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 4] of [slachtoffer 1] , welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader toen aldaar opzettelijk gewelddadig en dreigend,
hij in de periode van 26 augustus 2015 tot en met 22 september 2015 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, een wapen van categorie II onder 3e, te weten een vuurwapen dat zodanig vervaardigd is dat de aanvalskracht wordt verhoogd, te weten een jachtgeweer waarvan de loop (gedeeltelijk) is afgezaagd, voorhanden heeft gehad;
hij op 4 september 2015 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 5] opzettelijk van het leven te beroven, met een vuurwapen heeft geschoten in de richting van het lichaam van [slachtoffer 5] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 17 juli 2015 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld toebehorende aan [slachtoffer 7] , en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van verbreking, een keukenraam aan de voorzijde van de woning heeft vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij in de periode van 4 september 2015 tot en met 22 september 2015 te Spijkenisse en/of Tilburg een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk CZ, type 27 kaliber 7,65 mm, serienummer 320320, en munitie van categorie III voorhanden heeft gehad.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zoals opgenomen in het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 30 januari 2017 en 31 januari 2017;
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, afgelegd d.d. 18 september 2019;
- het proces-verbaal van verhoor d.d. 2 oktober 2015 van medeverdachte [medeverdachte] , pagina’s 79-99;
- het proces-verbaal van verhoor d.d. 15 september 2015 van [slachtoffer 4] , pagina’s 447-454;
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 6 oktober 2015 van [slachtoffer 4] , pagina’s 455-456;
- het proces-verbaal van verhoor d.d. 16 september 2015 van [slachtoffer 3] , pagina’s 367-371;
- het proces-verbaal van verhoor d.d. 16 september 2015 van [slachtoffer 3] , pagina’s 372-380;
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 2 oktober 2015 van [slachtoffer 3] , pagina’s 383-384;
- het proces-verbaal van verhoor d.d. 16 september 2015 van [slachtoffer 1] , pagina’s 410-417;
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 6 oktober 2015 van [slachtoffer 1] , pagina’s 418-419;
- het proces-verbaal van verhoor d.d. 16 september 2015 van [slachtoffer 2] , pagina’s 467-475;
- het proces-verbaal van aangifte d.d. 5 oktober 2015 van [slachtoffer 2] , pagina’s 476-477;
- het proces-verbaal Sporenonderzoek d.d. 3 februari 2016 van de verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , bijlage 2.2, pagina’s 27-51 van het afzonderlijk opgemaakte Forensisch dossier;
- het rapport d.d. 11 december 2015 van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI), betreffende onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een schietincident met dodelijke afloop in Tilburg op 15 juni 2015, opgemaakt door L.H.J. Aerts, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, bijlage 13.6, pagina’s 251-255 van het afzonderlijk opgemaakte Forensisch dossier, met bijbehorende bijlage DNA profielcluster 33506, pagina’s 256-257;
- het proces-verbaal dactyloscopische individualisatie d.d. 21 september 2015 van verbalisant [verbalisant 5] , bijlage 14.1, pagina’s 262-264 van het afzonderlijk opgemaakte Forensisch dossier;
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 oktober 2015 van verbalisant [verbalisant 6] , pagina’s 699-704;
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2015 van verbalisant [verbalisant 7] , pagina’s 654-684.
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 september 2015 van verbalisant [verbalisant 8] , pagina’s 513-515;
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 september 2015 van verbalisant [verbalisant 9] , pagina’s 518-521;
- het proces-verbaal relaas opsporingsonderzoek d.d. 9 maart 2016 van verbalisant [verbalisant 10] , pagina’s 12-13;
- het rapport d.d. 18 september 2015 van het NFI, betreffende pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, opgemaakt door A. Maes, NFI-deskundige forensische pathologie, bijlage 13.2, pagina’s 221-233, van het afzonderlijk opgemaakte Forensisch dossier.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, afgelegd d.d. 18 september 2019;
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 november 2015 van verbalisant [verbalisant 11] , pagina’s 2-21, voor zover daarin wordt gerelateerd over het bewezen verklaarde jachtgeweer, in relatie tot de verdachte [verdachte 1] ;
- het proces-verbaal van bevindingen van d.d. 24 november 2015 van verbalisant [verbalisant 11] , pagina’s 63-70, waarin nader is gerelateerd waar de opnames met het jachtgeweer zijn gemaakt;
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 november 2015 van verbalisant [verbalisant 12] , pagina 29;
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 november 2015 van verbalisant [verbalisant 11] , pagina’s 22-28;
- het omschrijvings proces-verbaal Wet Wapens en Munitie d.d. 18 november 2015 van verbalisant [verbalisant 13] , pagina’s 39-40.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, afgelegd ter terechtzitting van 18 september 2019;
- het proces-verbaal van verhoor d.d. 5 september 2015 van aangever [slachtoffer 5] , pagina’s 1-5;
- het proces-verbaal van verhoor d.d. 10 oktober 2015 van aangever [slachtoffer 5] , pagina’s 99-103;
- het proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris, inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer 5] , d.d. 14 juni 2016;
- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 september 2015 van verbalisant [verbalisant 14] , pagina 10;
- het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 15] , pagina’s 55-60;
- het proces-verbaal d.d. 28 januari 2016 van de politie Eenheid Rotterdam, Forensische Opsporing, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 16] en [verbalisant 17] .
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, afgelegd d.d. 18 september 2019;
- het proces-verbaal aangifte d.d. 29 juli 2015 van [slachtoffer 7] , pagina’s 1-3;
- het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 28 juli 2015 van verbalisant [verbalisant 18] , pagina’s 4-5;
- het Aanvullende NFI-rapport d.d. 4 september 2015 naar aanleiding van een DNA-databank match met zaaknummer 2015.08.27.082/A, opgemaakt door H.J. van Paassen, NFI-deskundige forensisch DNA-onderzoek, met bijlage DNA profielcluster 33506, pagina’s 6-8.
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zoals opgenomen in het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 30 januari 2017 en 31 januari 2017;
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, afgelegd ter terechtzitting van 18 september 2019;
- het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 24 september 2015 van verbalisant [verbalisant 19] , pagina’s 1-2;
- de kennisgeving van inbeslagneming d.d. 22 september 2015, goederen vermeld onder de volgnummers 1 en 2, pagina’s 147-148, opgenomen in het proces-verbaal met proces-verbaalnummer 1509152100.AMB, onderzoek “Beaconsfield”, van de politie Zeeland-West-Brabant, Team Grootschalige Opsporing;.
- het proces-verbaal onderzoek voorwerpen m.b.t. Wet wapens en munitie d.d. 25 februari 2016 van verbalisant [verbalisant 20] , eveneens opgenomen in het proces-verbaal van het onderzoek Beaconsfield, pagina’s 895-896;
- het proces-verbaal onderzoek voorwerp m.b.t. Wet wapens en munitie d.d. 22 februari 2016, van verbalisant [verbalisant 20] , pagina’s 6-9.
,nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis voor na te melden duur zal worden toegepast als de verdachte in gebreke blijft bij betaling en geen verhaal biedt, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de op te leggen verplichting tot schadevergoeding niet opheft.
gevangenisstrafvoor de duur van
11 (elf) jaren en 6 (zes) maanden.
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade,waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
50 (vijftig) dagen hechtenis,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 4.050,00 (vierduizend vijftig euro), bestaande uit € 50,00 (vijftig euro) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade,waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 4.050,00 (vierduizend vijftig euro), bestaande uit € 50,00 (vijftig euro) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
50 (vijftig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagen hechtenis,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 4.500,00 (vierduizend vijfhonderd euro), bestaande uit bestaande uit € 500,00 (vijfhonderd euro) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade,waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 4.500,00 (vierduizend vijfhonderd euro), bestaande uit bestaande uit € 500,00 (vijfhonderd euro) materiële schade en
55 (vijfenvijftig) dagen hechtenis,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 3.000,00 (drieduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 3.000,00 (drieduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
40 (veertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.