ECLI:NL:GHSHE:2019:3731
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Eindhoven van 11 maart 2019. Verdachte was veroordeeld voor opzettelijke beschadiging en vernieling van goederen en vrijgesproken van een andere tenlastelegging. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in.
De advocaat-generaal vorderde niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep omdat het hoger beroep te laat was ingesteld. De dagvaarding was op 12 december 2018 aan verdachte uitgereikt en het vonnis werd op 11 maart 2019 gewezen. Volgens artikel 408, eerste lid onder a Sv, moet het hoger beroep binnen veertien dagen na uitspraak worden ingesteld.
Het hof constateerde dat het hoger beroep pas op 11 april 2019 was ingesteld, na het verstrijken van de termijn. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De kosten werden verdeeld zoals in eerste aanleg. Het arrest werd uitgesproken op 30 september 2019 door de meervoudige kamer.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.