Uitspraak
1.Het standpunt van de advocaat-generaal
2.Het standpunt van de verdediging
3.Het oordeel van het hof
Stb.2014, 433, i.w.tr. 1 januari 2015,
Stb.2014, 434). Nu de aangehaalde wet geen bijzondere regels van overgangsrecht bevat, is het hof van oordeel dat de genoemde wettelijke bepaling waarop de verdediging kennelijk een beroep heeft gedaan nog geen rechtskracht had op het moment dat de verdachte op 24 februari 2014 werd verhoord. Voor zover het verweer is gebaseerd op de toen geldende Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor (het hof begrijpt: nr. 2010A007), faalt het reeds omdat deze aanwijzing is gericht op de aangehouden verdachte en in elk geval niet van toepassing is op de situatie van de verdachte. Daarom is niet sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering en zou de genoemde verklaring van verdachte voor bewijs kunnen worden gebruikt.
1.De vordering van de advocaat-generaal
2.Het standpunt van de verdediging
3.Het oordeel van het hof
gevangenisstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) dagen.
177 (honderdzevenenzeventig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.