ECLI:NL:GHSHE:2019:377
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting en nultariefleveringen auto’s
Belanghebbende, een ondernemer in de handel van gebruikte auto’s, werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2002 en 2003. De Inspecteur stelde dat de leveringen in Nederland waren verricht en het nultarief niet van toepassing was, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de auto’s naar andere lidstaten waren vervoerd.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de auto’s wel naar Italië waren vervoerd en dat de afnemers Italiaanse bedrijven waren. Het Hof stelde vast dat de identiteit van de afnemers niet was komen vast te staan en dat belanghebbende het vervoer niet had geregeld of betaald. Ook bleek uit transportdocumenten dat belanghebbende niet als afzender van het vervoer kon worden aangemerkt.
Het Hof oordeelde dat het nultarief niet van toepassing was omdat niet was aangetoond dat de leveringen naar andere lidstaten hadden plaatsgevonden in het kader van de levering. De naheffingsaanslagen werden daarom bevestigd. Wel werd een immateriële schadevergoeding van €3.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar en beroep. Tevens werd het betaalde griffierecht van €250 aan belanghebbende vergoed en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van €512.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen omzetbelasting worden bevestigd, met toekenning van een immateriële schadevergoeding aan belanghebbende.