ECLI:NL:GHSHE:2019:3775

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 september 2019
Publicatiedatum
11 oktober 2019
Zaaknummer
000XXX-19
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 Wetboek van StrafvorderingArt. 80 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlenging voorlopige hechtenis wegens ernstige bezwaren mensenhandel, mishandeling en verkrachting

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de verlenging van zijn voorlopige hechtenis. De zaak betreft ernstige verdenkingen van mensenhandel, mishandeling en verkrachting, strafbare feiten met een maximale straf van twaalf jaar gevangenisstraf.

De behandeling van het hoger beroep vond met vertraging plaats door logistieke problemen bij de aanlevering van het dossier. Het hof constateert dat de zaak eerder behandeld had moeten worden, maar volstaat met deze constatering.

Het hof oordeelt dat de ernstige bezwaren met betrekking tot de verkrachting niet langer aanwezig zijn, maar dat het dossier verder voldoende ernstige bezwaren bevat. Dit blijkt uit verklaringen van de aangeefster, getuigenverklaringen, WhatsApp-contacten en andere dossierstukken.

Gezien de ernst van de feiten en het maatschappelijke belang bij voortzetting van de voorlopige hechtenis wijst het hof het hoger beroep af en bevestigt de verlenging van de voorlopige hechtenis. Ook wordt het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen omdat geen bijzondere zwaarwichtige omstandigheden zijn aangevoerd.

Uitkomst: Het hof bevestigt de verlenging van de voorlopige hechtenis en wijst het verzoek tot schorsing af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Raadkamerappelnummer: [Raadkamerappelnummer]
Parketnummer 1e aanleg: [Arrondissementsparketnummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van [maand 1] , waarbij namens:

[Naam verdachte]

geboren [geboortedatum & -plaats]
wonende te [woonplaats]
thans verblijvende in [detentieplaats]
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van [maand 1] , bij welke beschikking de eerste verlenging gevangenhouding van verdachte werd bevolen.
Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waarbij namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen de verlenging van de gevangenhouding met zestig dagen.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.E. Drenth.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt dat verdachte wordt verweten, kort gezegd, mensenhandel, mishandeling en verkrachting.
Namens verdachte is tegen het bevel verlenging gevangenhouding op [maand 1] hoger beroep ingesteld. De zaak wordt thans [op een datum tweeënhalve maand na de datum van maand 1] behandeld. Dat is niet een behandeling die kan worden beschouwd als te zijn voorspoedig in de zin van artikel 71, vierde lid van het Wetboek van Strafvordering. De vertraging is veroorzaakt door miscommunicatie tussen de rechtbank en het hof met betrekking tot het inzenden van het dossier. Het hof is van oordeel dat volstaan moet worden met de constatering dat de zaak eerder in raadkamer door het hof behandeld had dienen te worden.
Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de ernstige bezwaren met betrekking tot de onder 3 ten laste gelegde verkrachting thans niet meer aanwezig zijn. Naar het oordeel van het hof bevat het dossier voor het overige voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte ter zake hetgeen hem wordt verweten. Het hof verwijst daartoe naar de verklaringen van aangeefster [naam aangeefster] , naar het proces-verbaal van verdenking op pagina’s 185-190 van het dossier, naar de processen-verbaal van bevindingen, met onder andere de tijdlijn op pagina’s 261-268 van het dossier, de ANPR-hits, op pagina’s 202-246 van het dossier, naar WhatsApp-contact tussen verdachte en aangeefster, op pagina’s 302-332 en pagina’s 798-810 van het dossier, naar de inhoud van de telefoon van aangeefster, op pagina’s 528-534 van het dossier, alsmede naar de verklaring van getuige [naam getuige] , op pagina’s 270-273 van het dossier.
Hetgeen verdachte wordt verweten betreft een strafbaar feit waar naar de wettelijke omschrijving twaalf jaar gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Het is immers naar het oordeel van het hof voor de samenleving niet te begrijpen en het zou door de samenleving ook niet aanvaard worden, wanneer de verdachte jegens wie ernstige bezwaren bestaan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem thans wordt verweten, niet onmiddellijk in voorlopige hechtenis wou worden genomen en voorlopig gehouden. Zou dat niet gebeuren, dan zou dat tot maatschappelijke onrust kunnen leiden.
Het hof wijst af het beroep.
Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen.
Het hof zal daar niet toe overgaan nu hetgeen verdachte wordt verweten een strafbaar feit betreft waar naar de wettelijke omschrijving twaalf jaar gevangenisstraf op staat en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. In een dergelijk geval is er naar vaste rechtspraak van dit hof, in beginsel slechts ruimte voor schorsing van de voorlopige hechtenis, wanneer er sprake is van bijzondere zwaarwichtige, de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden op grond waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis, dient te wijken voor het persoonlijk belang van de verdachte. Dergelijke omstandigheden zijn niet aangevoerd, noch is het hof anderszins van het bestaan ervan gebleken.
Het hof wijst af het verzoek.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.
Bevestigt de beschikking waarvan beroep.
Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Aldus gedaan op 18 september 2019
door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. M.A.M. Wagemakers en mr. J.P.F. Rijken, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R. van Maaren, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 18 september 2019
Gezien d.d.
De directeur van [detentieplaats]