Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
8.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 6 maart 2018;
- het rapport van de deskundigen van 19 november 2018;
- de memorie na deskundigenbericht van [appellante] ;
- de antwoordmemorie na deskundigenbericht van [geintimeerde] .
9.De verdere beoordeling
verhüllte Obliegenheit) in de licentieclausule, en wat is in dit verband het moment waarop de schade ontstond
(Eintritt des (schaden)Ereignnisses) (rov 3.7.1.)?
Vorsatz) of grove schuld (
grob fahrlässig) (rov 3.7.3.)?
Allgemeine Geschäftsbedingungen) worden zoveel mogelijk objectief uitgelegd. Art. 307 I BGB is een uitwerking van het
Transparenzgebot. Dit komt erop neer dat de gebruiker van algemene voorwaarden de rechten en plichten van zijn contractspartner zo helder en transparant moet presenteren, dat de werking van een clausule duidelijk wordt en de wederpartij niet wordt gehinderd bij het uitoefenen van bestaande rechten (c.q. er voor hem geen ongerechtvaardigde beoordelingsruimte ontstaat) op straffe van het buiten toepassing blijven van de onduidelijke bepaling.
Unklarheit-regel van § 305 BGB), waarbij het niet gaat om de meest gunstige uitkomst voor de concrete verzekeringnemer, maar om een meer algemene toets.
verhüllte Obliegenheit" in § 1.3.2 van de AVB-400 en § 4.1.3 van de AVB-300, te worden geduid?
verhüllte Obliegenheiten(verborgen verplichtingen). Dit betekent dat een dergelijke clausule in algemene verzekeringsvoorwaarden weliswaar als een risico-uitsluiting wordt gepresenteerd, maar dat in werkelijkheid de verzekeringsbescherming afhankelijk wordt gemaakt van gedragingen van de verzekeringsnemer. Zo’n polisbepaling strekt ertoe dat de verzekeraar in geval van schending van die (verborgen) verplichting onder omstandigheden uitkering kan weigeren. Naar de laatste inzichten is het doel waarmee de polisvoorwaarde is opgenomen (mede) bepalend voor de beantwoording van de vraag of een dergelijke exoneratie/ uitsluiting van risico in polisvoorwaarden eigenlijk een uitsluiting behelst voor de verzekeraar voor het dekken van een risico of een vrijwaring van diens verplichting. Leidend is dan niet de letterlijke tekst, maar de materiele betekenis van een polisvoorwaarde.
verhüllte Obliegenheitenaan de verzekeringnemer. Daarbij worden mede in aanmerking genomen de eisen die het
Transparenzgebotstelt aan polisvoorwaarden, zeker wanneer deze dermate algemeen zijn opgesteld dat zij neerkomen op een (abstracte) risico-uitsluiting.
verhüllte) Obliegenheithet bepaalde in § 28 VVG (dat bepaalt dat de verzekeraar niet verplicht is te betalen in geval van opzettelijke niet-nakoming van een contractuele verplichting door de verzekeringnemer) kan worden toegepast of dat dit als
unwirksammoet worden beoordeeld (par. 46 deskundigenbericht). Het hof neemt aan dat de deskundigen hier het oog hebben op § 28 II VVG. Wanneer een
verhüllte Obliegenheiteen (volledige) uitkeringsvrijheid tot gevolg heeft wordt deze op grond van § 307 BGB als niet transparant beschouwd omdat de verschillende rechtsgevolgen naar gelang de mate van schuld van de verzekeringnemer voor deze niet duidelijk zijn gemaakt. Waar het eigenlijk om gaat is of de verzekeringsclausule in kwestie al dan niet een voldoende bepaalbare, individualiserende, omschrijving geeft van het specifieke risico dat de verzekeraar beoogt te dekken, of dat met het opnemen van de betreffende clausule van de verzekeringnemer een bepaald (gevaarontwijkend of gevaar mijdend) gedrag wordt verwacht. In deze visie komt het vooral aan op de uitleg van de materiele inhoud van de clausule en de vraag of en in hoeverre de verzekeringnemer beschermd wordt of niet.
Eintritt des (Schaden)Ereignisses”? Is dat het moment van het ongeval/het neerstorten van het vliegtuig, het moment van het aanvangen van de vlucht zonder (voor het IFR-vluchtgedeelte van de geplande vlucht) in het bezit te zijn van de benodigde IFR-licentie of enig ander moment (in het laatste geval: welk is dat moment)?
Eintritt des (Schaden)Ereignissesuit van het
Schadenereignisprinzip: het gaat daarbij niet om de causale keten van gebeurtenissen, maar om het moment dat de schade onmiddellijk intreedt, de
Eintritt des (Schaden)Ereignissesvalt samen met de laatste gebeurtenis voordat de schade is ingetreden.
Versicherungsvertragsgesetz(VVG)?
Arglist, dan is die bewijslevering uitgesloten), waarbij rekening gehouden moet worden met alle concrete omstandigheden van het geval. Eigenlijk komt het erop neer dat door de verzekeringnemer bewezen moet worden dat het ongeval een
unabwendbares Ereigniswas.
Eintritt des Schadenereignissesde voorgeschreven papieren en diploma’s heeft, en bepaalt § 4.1.3. van de toepasselijke AVB-300 dat geen recht op verzekeringsuitkering bestaat als de piloot bij
Eintritt des Ereignissesniet de voorgeschreven papieren en diploma’s heeft. Deze bepalingen - samen steeds aangeduid als de licentieclausule – bevatten een
verhüllte Obliegenheit(zoals bepaald in de uitspraak van het BGH van 14 mei 2014), zo staat tussen partijen vast (vgl. rov 3.6.1 van het tussenarrest), met alle (juridische) gevolgen van dien.
Unklarheit-regel c.q. het
Transparenzgebotter zijde te blijven.
Allgemeine Versicherungsbedingungen,waaronder de onderhavige licentieclausule, in de eerste plaats van de bewoordingen van de clausule moet worden uitgegaan, en dat ook doel en context van de clausule een rol kunnen spelen. Bij een overeenkomst als de onderhavige zijn de begripsmogelijkheden en belangen van de kring van personen, waarmee de overeenkomst is gesloten, maatgevend.
verhüllte Obliegenheitenbevatten. Deze bepalingen bevatten immers geen louter objectief te bepalen risico-uitsluitingsgronden, maar gedragsverplichtingen voor de piloot. Door [appellante] is aangevoerd, en door [geintimeerde] niet betwist, dat het verzekeringsrecht in Duitsland met de inwerkingtreding van de VVG per 1 januari 2008 ingrijpend is veranderd. De eerder aangehaalde uitspraak van het BGH van 14 mei 2014 (IV ZR 288/12) is nog gewezen onder vigeur van het oude verzekeringsrecht, dat strenger was ten opzichte van de verzekerde en deze minder bescherming bood, aldus [appellante] . Door [geintimeerde] is dit niet betwist. In die uitspraak oordeelde het BGH dat de onderhavige licentieclausule, alhoewel deze een
verhüllte Obliegenheitbevatte, in de omstandigheden van dat toen berechte geval toch kon worden tegengeworpen aan de verzekeringnemer. Uit het rapport van de deskundigen, dat – zo blijkt uit de geraadpleegde literatuur en jurisprudentie – vooral ingaat op de stand van zaken naar het nieuwe verzekeringsrecht, leidt het hof af dat het maar sterk de vraag is of een
verhüllte Obliegenheitals de onderhavige thans nog steeds aan de verzekeringnemer kan worden tegengeworpen. Het is immers, zo blijkt reeds uit deze procedure, niet volkomen duidelijk of de clausule inhoudt dat slechts wordt uitgekeerd als de piloot op het toetsingsmoment formeel aan de clausule voldeed (in de zin dat de piloot op dat moment formeel nog onder VFR regels vloog en dus slechts behoefde te voldoen aan de eis dat hij de benodigde VFR-diploma’s had) of dat de clausule een meer materiele strekking had (de piloot vloog materieel reeds onder IFR-omstandigheden en voor recht op uitkering moest dus aan de IFR-diploma-eisen zijn voldaan). Deze onduidelijkheid mag niet ten nadele van de verzekeringnemer worden uitgelegd.
unwirksammoet worden beschouwd.
Arglistaan de zijde van de verzekeringnemer (hetgeen bewezen moet worden door de verzekeraar), maar door [geintimeerde] is - terecht - niet gesteld dat hiervan sprake zou zijn, zodat het hof hier verder aan voorbij gaat.
het verlies van controle over de besturing van het vliegtuig door de bestuurder als gevolg van ruimtelijke desoriëntatie tijdens het vliegen in de bewolking”(zie rov 3.1. u2 van het tussenarrest). Meegespeeld hebben daarbij (i) het uitvallen van de automatische piloot, (ii) de hogere werkbelasting daarna voor de piloot (de enige bestuurder) en (iii) het gebrek aan training en ervaring van de piloot met het onderhavige vliegtuig in afwijkende omstandigheden.
unabwendbares Ereignis. Het hof komt daarom ook niet verder toe aan de vragen met betrekking tot opzet en grove schuld.
verhüllte Obliegenheitzoals geformuleerd in de licentieclausule, § 28 II VVG niet aan [appellante] kan worden tegengeworpen, dient door [geintimeerde] dekking te worden verleend onder de tussen [appellante] en [geintimeerde] gesloten verzekering. Omdat de grieven ook reeds slagen vanwege het niet kunnen tegenwerpen van § 28 II VVG aan [appellante] , komt het hof niet verder toe aan het door [geintimeerde] onder 7.2. mva in algemene termen aangeboden (tegen)bewijs.
Totalschadenals de onderhavige. Zij verwijst evenwel voor wat betreft haar verweer tegen de totale schadeomvang naar haar stellingen in eerste aanleg. Met name wijst [geintimeerde] erop dat bij een
Totalschadenniet per definitie het verzekerde bedrag wordt uitgekeerd, maar dat verzekerd is de
Wiederbeschaffungswert(vgl. § 6-1 AVB 400-01). [appellante] zal nog moeten aantonen wat die
Wiederbeschaffungswertwas.
Umfang der Leistunglid 1) luidt voor zover thans van belang:
Wiederbeschaffungswertlager zou uitvallen. [geintimeerde] heeft ook verder feitelijk niets aangevoerd dat deze stelling zou kunnen ondersteunen.
Wiederbeschaffungswertvan $ 4.200.000,--.
Wiederbeschaffungswert,waarover het hof hierboven oordeelde
,gaat het daarbij om de ingangsdatum van de wettelijke rente, de (primaire en subsidiaire) vordering terzake van aanspraken van derden en de buitengerechtelijke kosten.