Uitspraak
15.Het verdere geding in hoger beroep
16.De verdere beoordeling
Ondergetekenden,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen hebben jarenlang een geschil gevoerd over werkzaamheden en prijsafspraken met betrekking tot kelderverdieping aan een adres te plaats 1. De vordering van appellant was gebaseerd op een factuur van september 2006 van een vennootschap waarvan appellant de rechten heeft overgenomen.
In hoger beroep bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch hebben partijen op 2 oktober 2019 een vaststellingsovereenkomst gesloten die de beëindiging van het geschil regelt. Deze overeenkomst voorziet in betaling van een totaalbedrag van €41.500,-- door geïntimeerde aan appellant, gespreid over een directe betaling en 13 maandelijkse termijnen.
Het hof overweegt dat partijen een executoriale titel wensen en kiest voor een procedure waarbij de oorspronkelijke eis wordt gewijzigd overeenkomstig de vaststellingsovereenkomst en partijen arrest vragen. Het hof vernietigt de eerdere vonnissen van de rechtbank Limburg en wijst de gewijzigde vordering toe. Proceskosten worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt eerdere vonnissen en wijst de gewijzigde vordering toe op basis van de vaststellingsovereenkomst met compensatie van proceskosten.