Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige 1](hierna [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , en
[minderjarige 2](hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Na het overlijden van de moeder zijn twee minderjarige kinderen onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst bij pleeggezinnen uit de kerkgemeenschap van de moeder. De vader oefent het ouderlijk gezag uit, maar heeft een verstoorde relatie met de kinderen en de pleegouders. Hij is in hoger beroep gekomen tegen de uithuisplaatsing en verzoekt terugplaatsing.
Het hof overweegt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de kinderen, mede vanwege het verschil in levensovertuiging tussen de kerkgemeenschappen van de ouders en het ontbreken van contactmogelijkheden. De kinderen wensen niet bij de vader te wonen en de pleeggezinnen ondersteunen contact met de vader onder voorwaarden.
Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en compenseert de proceskosten, waarbij het belang van contactherstel wordt onderkend maar gezien de complexe situatie niet direct haalbaar wordt geacht. De vader wordt aangemoedigd mee te werken aan contactmogelijkheden via derden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uithuisplaatsing en verlengt deze vanwege het belang van de kinderen en de complexe situatie rondom contactherstel.