ECLI:NL:GHSHE:2019:4017
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie na wijziging hoofdverblijf en draagkrachtberekening
In deze zaak stond de wijziging van kinderalimentatie centraal na het feit dat een van de minderjarige kinderen feitelijk bij de moeder ging wonen, terwijl de rechtbank eerder het hoofdverblijf bij de vader had vastgesteld. Het hof bevestigde dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden en stelde de ingangsdatum van de gewijzigde alimentatie vast op 1 april 2018, de eerste dag van de maand na de indiening van het verzoek.
De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op circa € 613 per kind per maand, terwijl de behoefte van de stiefkinderen van de man werd vastgesteld op € 239 per kind per maand, rekening houdend met ontvangen nabestaandenuitkeringen. De draagkracht van de man werd berekend op ongeveer € 1.700 per maand, voldoende om in de totale behoefte van de (stief)kinderen te voorzien. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op € 386 per maand.
Het hof hield rekening met een zorgkorting van 5% tot aan de uitspraak en 15% vanaf heden, vanwege het ontbreken van contact tussen de man en de kinderen sinds 2017. De man werd veroordeeld tot betaling van kinderalimentatie van € 433,11 per kind per maand over de periode vanaf 1 april 2018 tot heden en € 400,50 per kind per maand vanaf heden.
Daarnaast werd vastgesteld dat de man een bedrag van € 1.742,89 aan achterstallige kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen wegens opname van gelden van de kinderrekening. Verzoeken tot verrekening van andere bedragen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en gewijzigd waar het de kinderalimentatie betreft, met uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 april 2018 kinderalimentatie betalen van € 433,11 per kind per maand en een bedrag van € 1.742,89 aan achterstallige alimentatie.