Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte 1]
- het primair ten laste gelegde bewezen zal verklaren, voor zover dit betrekking heeft op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ;
- het meer subsidiair ten laste gelegde bewezen zal verklaren, voor zover dit betrekking heeft op [slachtoffer 3] ;
- de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis;
- de vordering van de [benadeelde partij 3] zal toewijzen.
- vrijspraak bepleit van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde;
- vrijspraak bepleit van het meest subsidiair ten laste gelegde, voor zover dit betrekking heeft op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ;
- zich gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van het meest subsidiair ten laste gelegde, voor zover dit betrekking heeft op [slachtoffer 1] ;
- een strafmaatverweer gevoerd, in die zin dat is verzocht te volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke straf;
- bepleit dat het hof de [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering tot schadevergoeding.
- primair impliciet primair zware mishandeling met voorbedachten rade ex artikel 303 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr) en primair impliciet subsidiair zware mishandeling ex artikel 302 Sr Pro;
- subsidiair mishandeling met voorbedachten rade, al dan niet met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg ex artikel 301 Sr Pro;
- meer subsidiair mishandeling, al dan niet met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg ex artikel 300 Sr Pro;
- meest subsidiair het veroorzaken van (zwaar) lichamelijk letsel door schuld ex artikel 308 Sr Pro.
hij als Nederlander op 14 augustus 2017 te Sint Joris Weert in België aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten brandwonden heeft toegebracht door opzettelijk die [slachtoffer 1] op de blote rug te brandmerken met de letters F en N met behulp van een brandijzer, in elk geval met een heet/warm metalen voorwerp;
hij als Nederlander op 14 augustus 2017 te Sint Joris Weert in België [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op de blote rug te brandmerken met de letters F en N met behulp van een brandijzer, terwijl het feit letsel en pijn ten gevolge heeft gehad.
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 28 augustus 2017 (dossierpagina’s 6-9), betreffende de verklaring van [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 31 augustus 2017 (dossierpagina’s 16-18), betreffende de verklaring van [slachtoffer 1] , voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een ‘beschrijving letsel’ van [arts 1] , forensisch geneeskundige van de GGD Zeeland, d.d. 29 augustus 2017 (dossierpagina 20), voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een letselbeschrijving van [arts 2] , forensisch geneeskundige van de GGD Zeeland, d.d. 18 oktober 2017 (dossierpagina 22), voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring, ingevuld door [arts 3] , huisarts, d.d. 30 augustus 2017 (dossierpagina 23), voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 31 augustus 2017 (dossierpagina’s 24-26), betreffende de verklaring van [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] , voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een ‘beschrijving letsel’ van [arts 1] , forensisch geneeskundige van de GGD Zeeland, d.d. 31 augustus 2017 (dossierpagina 27), voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van aangifte d.d. 30 augustus 2017 (dossierpagina’s 30-33), betreffende de verklaring van [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] , voor zover inhoudende:
Een geschrift, te weten een ‘beschrijving letsel’ van [arts 4] , forensisch geneeskundige van de GGD Zeeland, d.d. 30 augustus 2017 (dossierpagina 34), voor zover inhoudende:
De eigen waarneming van dit hof, gedaan ter terechtzitting van 22 oktober 2019, inhoudende dat op het filmpje dat ziet op de doop van [slachtoffer 1] is te zien dat [slachtoffer 1] op zijn knieën zat, dat de verdachte het brandijzer op het rechter schouderblad drukt, dat [slachtoffer 1] vrij snel hierna opstaat en naar achteren loopt.
De eigen waarneming van dit hof, gedaan ter terechtzitting van 22 oktober 2019, inhoudende dat op het filmpje dat ziet op de doop van [slachtoffer 2] is te zien dat de verdachte het brandijzer op het rechter schouderblad van [slachtoffer 2] drukt en dat [slachtoffer 2] vrij snel hierna opstaat.
De eigen waarneming van dit hof, gedaan ter terechtzitting van 22 oktober 2019, inhoudende dat op het filmpje dat ziet op de doop van [slachtoffer 3] is te zien dat [slachtoffer 3] op haar knieën zit, dat de verdachte het brandijzer op het rechter schouderblad van [slachtoffer 3] drukt en dat [slachtoffer 3] hierna ‘au’ roept.
Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 5 september 2017 (dossierpagina 115), voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 september 2017 (dossierpagina’s 169-173), betreffende de verklaring van [getuige 1] , voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 september 2017 (dossierpagina’s 144-157), betreffende de verklaring van de verdachte, geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] in Nederland, voor zover inhoudende:
A: [persoon 2] , [persoon 3] , [persoon 1] en ik.
A: Dat is voor iedereen die als eerst meegaat op zomerkamp.
A: (…) Er is een stuk afgeschermd. Daar is een vuurtje, een stempel en inkt en dan krijgen ze een brandmerk.
A: Ze komen van achter een zeil vandaan en dan zet je een stempel op hun rug. De stempel is van staal en aan het uiteinde van de stempel staan de letters F en N. De stempel gaat in het stempelkussen en dan op de rug.
A: Om het echt te laten lijken.
A: (…) [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] (…).
A: Wij stonden het vuur op te poken en ik heb het vuur aangedrukt met dat ding.
A: Er zat nog inkt op de rug van [slachtoffer 1] en je zag dat het een tweedegraads brandwond was.
A: Ja.
A: Dan wordt het warm.
A: Nee.
A: Ik gebruikte het ijzer in het begin als pookstok.
A: We hebben geen contact opgenomen met de ouders. Wij achtten het niet nodig om naar een arts of ziekenhuis te gaan.
De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 22 oktober 2019, voor zover inhoudende:
Een proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 15 september 2017 (dossierpagina’s 111-114), betreffende de verklaring van [persoon 2] , voor zover inhoudende:
A: Een metalen stempel met de letters FN.
A: Uiteindelijk heeft [verdachte 1] de stempel gepakt en hij heeft deze iets langer in het vuur verhit.
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
180 (honderdtachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
90 (negentig) dagen hechtenis;
€ 706,59 (zevenhonderdzes euro en negenenvijftig cent) bestaande uit € 106,59 (honderdzes euro en negenenvijftig cent) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
€ 706,59 (zevenhonderdzes euro en negenenvijftig cent) bestaande uit € 106,59 (honderdzes euro en negenenvijftig cent) materiële schade en € 600,00 (zeshonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
14 (veertien) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;