Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2018, verder te noemen [minderjarige] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Deze zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Limburg die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind voor de duur van twaalf maanden heeft verleend. De moeder betwist de noodzaak van de uithuisplaatsing en wijst op eerdere afwijzingen van verzoeken tot uithuisplaatsing door kinderrechters.
De moeder heeft een licht verstandelijke beperking en woont in een begeleide woonvoorziening. Er zijn zorgen over haar emotionele stabiliteit en de wisselende sociale contacten, waardoor het opvoedklimaat voor de minderjarige niet stabiel en veilig zou zijn. De gecertificeerde instelling werkt aan een plan om geleidelijk toe te werken naar een stabiele omgang en mogelijke thuisplaatsing.
Het hof overweegt dat de noodzaak van uithuisplaatsing op het moment van de beschikking aanwezig was en nog steeds is. Gezien de jonge leeftijd van de minderjarige en de bereidheid van de moeder tot verbetering, bekort het hof de machtiging tot negen maanden in plaats van twaalf, zodat binnen die periode duidelijkheid kan ontstaan over de mogelijkheden tot terugkeer naar huis.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt bekort tot negen maanden in plaats van twaalf.