Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep van een verdachte die medeplichtigheid wordt verweten bij de invoer van 460 kilo cocaïne, een feit met een strafdreiging van twaalf jaar of meer gevangenisstraf. De rechtbank had het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen, waartegen het hoger beroep was ingesteld.
Het hof bevestigde het gevaar voor herhaling vanwege de lucratieve aard van het delict en het feit dat verdachte mogelijk onder druk stond als werknemer. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel leidden. Het hof wees het beroep af, maar overwoog dat schorsing van de voorlopige hechtenis onder bijzondere omstandigheden mogelijk is.
Gelet op de rol van verdachte als werknemer en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, achtte het hof schorsing van de voorlopige hechtenis verantwoord mits aan strikte voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden omvatten onder meer medewerking aan schuldhulpverlening, psychiatrische behandeling, meldplicht bij politie en justitie, contactverbod met medeverdachten en toezicht door de reclassering.
Het hof besloot de voorlopige hechtenis te schorsen vanaf een nader te bepalen datum tot aan de einduitspraak in eerste aanleg, met de genoemde voorwaarden. Hiermee wordt het persoonlijk belang van verdachte afgewogen tegen het belang van de samenleving en het risico op herhaling beheerst.