Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
1.mr. Daan Pieter Schalken,
[de failliet],
Achmea Bank N.V.,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een vonnis tot ontruiming dat reeds was uitgevoerd. Appellante betwistte onder meer het bestaan van beslaglegging en de erkenning van een huurovereenkomst door de curator en de bank. Het hof oordeelde dat appellante voldoende belang had bij het hoger beroep, ook al was de ontruiming al uitgevoerd.
Het hof verwierp de stelling van appellante dat er geen beslag was gelegd, omdat de curator concrete bewijzen had geleverd. Ook het argument dat de huurovereenkomst was erkend door medewerking aan betalingen werd niet gevolgd, aangezien de curator en de bank dit nadrukkelijk ontkenden en er geen voldoende bewijs was voor erkenning.
Verder werd het spoedeisend belang van de curator en de bank bevestigd, ondanks betwisting van de condities van de verkoop. De kern van de zaak betrof de vraag of appellante wetenschap had van benadeling van schuldeisers; het hof volgde de eerdere overwegingen dat dit het geval was. De grieven faalden en het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde appellante in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming en wijst de grieven van appellante af.