7.4.8.Het hof is voornemens het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (hierna te noemen: het NIFP) opdracht te geven een deskundige voor te dragen. Voorts heeft het hof het voornemen aan de deskundige de hierna vermelde onderzoeksvragen voor te leggen. De deskundige zal worden verzocht onderzoek te verrichten en hierover aan het hof te rapporteren en te adviseren.
Zulks is met de moeder en de GI op de voortgezette mondelinge behandeling besproken. De moeder en de GI hebben – desgevraagd door het hof – met een door het hof te gelasten deskundigenonderzoek via het NIFP ingestemd en hebben verklaard dat zij de vaststelling van de onderzoeksvragen en de benoeming van de persoon van de deskundige(n) aan het hof overlaten.
De onderzoeksvragen luiden als volgt:
hoe kan de ontwikkeling en het functioneren van de kinderen worden beschreven aan de hand van de volgende gebieden: cognitieve-ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en gehechtheidsontwikkeling, zowel in de relatie tussen de moeder en de kinderen als tussen de kinderen en de pleegmoeder?
is er sprake van kind eigen problematiek van de kinderen en, zo ja, waar bestaat deze uit?
indien er sprake is van een verstoorde ontwikkeling op één of meer ontwikkelingsgebieden en/of kind eigen problematiek bij de kinderen, wat kan hiervan de oorzaak zijn en in hoeverre leidt dat ertoe dat van de opvoeder(s) bovengemiddelde pedagogische vaardigheden worden gevergd?
wat zijn de specifieke affectieve en pedagogische behoeften van de kinderen?
wat zijn de affectieve en pedagogische vaardigheden van de moeder in relatie tot de affectieve en pedagogische behoeften van de kinderen?
wat zijn de (contra)indicaties voor een (terug)plaatsing bij de moeder? In hoeverre wordt (terug)plaatsing van de kinderen bij de moeder in het belang van de kinderen geacht?
indien tot (terug)plaatsing van de kinderen bij de moeder wordt overgegaan, is hulpverlening dan aangewezen? Zo ja, voor wie, in welke vorm en waarop dient de hulpverlening gericht te zijn en hoe zullen de betrokkenen zich hier tegenover opstellen c.q. ervan kunnen profiteren?
hoe zijn, indien tot (terug)plaatsing van de kinderen bij de moeder wordt overgegaan, de mogelijkheden van de pleegmoeder om dit te begeleiden?
wat zijn de (contra)indicaties voor continuering van het verblijf van de kinderen bij de pleegmoeder?
indien niet wordt overgegaan tot (terug)plaatsing van de kinderen bij de moeder, hoe kan het contact tussen de kinderen en de moeder in dat geval worden vormgegeven? Is hulpverlening hierbij aangewezen en zo ja op welke wijze dient die hulpverlening plaats te vinden?
in hoeverre komen er uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde zijn gekomen in de onderzoeksvragen, maar wel van belang zijn met betrekking tot de ontwikkeling en opvoeding van de kinderen en/of bij eventueel te nemen beslissingen?
De kosten van de deskundige zullen te zijner tijd ten laste van het Rijk worden gebracht, een en ander als bepaald in artikel 810a lid 3 Rv.