ECLI:NL:GHSHE:2019:4251
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wijziging en draagkracht kinderalimentatie na echtscheiding
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin de kinderalimentatie voor zijn twee minderjarige kinderen werd vastgesteld op €200 per kind per maand vanaf 1 juni 2018.
De man betwistte de ingangsdatum en de hoogte van de alimentatie, stellende dat hij pas vanaf 1 januari 2019 van de procedure op de hoogte was en dat zijn draagkracht slechts €25 per kind per maand bedraagt, met ingang van 14 oktober 2019 nihil. De vrouw verzocht het hoger beroep af te wijzen.
Het hof stelde vast dat de alimentatie ingaat op 6 september 2018, de datum waarop de vrouw het verzoek tot vaststelling indiende en de man daarvan kennis kon nemen. De draagkracht van de man werd beoordeeld aan de hand van zijn inkomen uit WW- en ZW-uitkeringen, en later een bijstandsuitkering. Tevens werd rekening gehouden met aflossingen op schulden.
Het hof concludeerde dat de man voor de periode van 6 september 2018 tot 14 oktober 2019 een draagkracht heeft voor €25 per kind per maand en vanaf 14 oktober 2019 geen draagkracht meer heeft. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de alimentatie dienovereenkomstig aangepast.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €25 per kind per maand vanaf 6 september 2018 tot 14 oktober 2019 en nihil vanaf die datum.