Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[naam] ,
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze faillissementszaak heeft het hof het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigd. Het faillissement van appellant was in eerste aanleg uitgesproken op verzoek van drie stichtingen wegens onbetaalde premies. Appellant stelde dat er een betalingsregeling bestond en dat deze werd nagekomen, en dat inmiddels alle schulden door een derde waren voldaan.
Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft het hof kennisgenomen van diverse stukken, waaronder het faillissementsverslag en correspondentie van de curator. De curator gaf aan dat ondanks het ontbreken van de boekhouding, uit onderzoek van bankafschriften bleek dat alle openstaande schulden voldaan zijn en lopende verplichtingen aan hypotheek en lease worden nagekomen. De stichtingen bevestigden dat hun vorderingen volledig zijn betaald.
Het hof oordeelde dat niet langer voldaan is aan de vereisten voor faillietverklaring omdat appellant niet meer in toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen. Het faillissement werd daarom vernietigd. Tevens werd bepaald dat de faillissementskosten, waaronder het salaris van de curator, voor rekening van appellant komen, conform de gemaakte afspraken. Een proceskostenveroordeling werd achterwege gelaten omdat appellant dit verzoek had ingetrokken.
Uitkomst: Het faillissement van appellant is vernietigd en het verzoek tot faillietverklaring afgewezen.