Klager deed aangifte van oplichting waarbij onbekenden zich voordeden als medewerkers van de belastingdienst en hem tot betaling van grote bedragen dwongen. De officier van justitie besloot niet tot vervolging over te gaan vanwege het feit dat de hoofdverdachte(n) vanuit Turkije opereerden en de samenwerking met Turkije niet slaagde.
Klager verzocht het hof om de vervolging te bevelen en om verstrekking van NAW-gegevens van rekeninghouders waarnaar het geld was overgemaakt, om civiele stappen mogelijk te maken. De advocaat-generaal adviseerde het beklag af te wijzen, maar het hof oordeelde dat het onderzoek niet volledig was.
Het hof besloot het onderzoek in raadkamer te heropenen en de behandeling van het klaagschrift aan te houden, zodat de advocaat-generaal het dossier kan aanvullen met onder meer processen-verbaal van aangiften en verhoren van betrokken rekeninghouders en een proces-verbaal van bevindingen over het onderzoek naar de rekeninghouders. Het hof zal daarna een beslissing nemen over het verdere verloop.