Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de rechthebbende, vergezeld van zijn advocaat;
- de bewindvoerder, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de bewindvoerder] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak heeft de rechthebbende hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot ontslag van de huidige bewindvoerder en benoeming van een opvolger. De rechtbank Limburg had het verzoek afgewezen, maar het hof heeft dit besluit vernietigd.
De rechthebbende stelde dat er een onherstelbare vertrouwensbreuk was ontstaan doordat de bewindvoerder weigerde te communiceren en fouten had gemaakt bij het erkennen van schulden zonder overleg. De bewindvoerder ontkende deze beschuldigingen en stelde dat de communicatie goed verliep en dat sommige schulden waren ingetrokken of veroorzaakt door derden.
Het hof oordeelde dat het gebrek aan vertrouwen ernstig en onherstelbaar was en dat de bewindvoerder bereid was plaats te maken voor de door de rechthebbende voorgestelde opvolger. Daarom werd het verzoek alsnog toegewezen en werd de nieuwe bewindvoerder benoemd met ingang van 5 december 2019.
Daarnaast stelde het hof de beloning van de ontslagen en de nieuwe bewindvoerder vast en legde het enkele administratieve verplichtingen op. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hof wees het meer of anders verzochte af.
Uitkomst: Het hof vernietigt het eerdere besluit en ontslaat de huidige bewindvoerder, benoemt een opvolger met ingang van 5 december 2019.