Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een bericht van de zijde van de vrouw van 23 mei 2019, ingekomen op 29 mei 2019;
- een journaalbericht van de zijde van de man van 8 oktober 2019 met bijlagen, ingekomen op 8 oktober 2019;
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 9 oktober 2019 met bijlagen, ingekomen op 10 oktober 2019.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
€ 1.537,- per maand bedragen. Het hof acht het redelijk om de behoefte van de vrouw op dit bedrag te begroten en neemt daarbij in aanmerking dat het bedrag aansluit bij de behoefte die volgt uit toepassing van hofnorm.
6.De slotsom
7.De beslissing
J.F.A.M. Graafland-Verhaegen en is op 5 december 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van mr. C.E.M. Geertsma-van Ooijen, griffier.