ECLI:NL:GHSHE:2019:4444

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
27 november 2019
Publicatiedatum
9 december 2019
Zaaknummer
20-001851-18
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 63 SrArt. 279 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor gebruik vervalst geschrift met bevestiging straf en niet-ontvankelijkheid schadevordering

Verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van valsheid in geschrift, maar veroordeeld voor het meermalen opzettelijk gebruik van een vervalst geschrift. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in. Het hof heeft het vonnis van de politierechter grotendeels bevestigd, inclusief de strafoplegging van 2 maanden gevangenisstraf waarvan 1 maand voorwaardelijk.

De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd van €1.510,08, bestaande uit courtagekosten van een makelaar. De politierechter verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat geen rechtstreeks verband met het bewezen feit was vastgesteld. Het hof vernietigde dit deel van het vonnis en oordeelde dat het verband niet kan worden uitgesloten, maar dat het onderzoek naar de afspraken tussen makelaar en benadeelde te belastend zou zijn voor het strafproces.

Daarom verklaart het hof de benadeelde partij opnieuw niet-ontvankelijk in de schadevordering en verwijst haar naar de burgerlijke rechter. De overige onderdelen van het vonnis blijven ongewijzigd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 27 november 2019.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf, waarvan 1 maand voorwaardelijk, en de benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.

Uitspraak

Parketnummer : 20-001851-18
Uitspraak : 27 november 2019
TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv Pro)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 24 mei 2018 in de strafzaak met parketnummer 01-083471-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij vonnis, waarvan beroep, is verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit (valsheid in geschrift) en is hij ter zake van het opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd (zoals subsidiair ten laste gelegd) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de politierechter de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.
Namens verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens verdachte door diens raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen.
De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd, in die zin dat is verzocht om te volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke straf, eventueel in combinatie met een onvoorwaardelijke werkstraf. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij heeft de verdediging verzocht de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de schade niet in rechtstreeks verband zou staan met het misdrijf.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij.
In hoger beroep is door de verdediging een strafmaatverweer gevoerd. Hetgeen in dat kader is aangevoerd heeft bij het hof niet geleid tot een andere strafoplegging. Het hof kan zich, net als de advocaat-generaal, vinden in de door de politierechter opgelegde straf en bevestigt deze in hoger beroep. Toepassing van artikel 63 Sr Pro brengt het hof niet tot een ander oordeel.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.510,08 en ziet op de courtagekosten van de ten behoeve van de verhuur van de woning ingeschakelde makelaar. De benadeelde partij is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard in deze vordering. De politierechter heeft daartoe overwogen dat geen sprake was van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.
De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.
Het hof is, anders dan de politierechter, de advocaat-generaal en de verdediging, van oordeel dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat geen sprake is van een rechtstreeks verband tussen het bewezen verklaarde handelen van verdachte en de door de benadeelde partij gestelde schade. Naar het oordeel van het hof zou het verrichten van nader onderzoek naar hetgeen exact is afgesproken tussen de benadeelde partij en de makelaar omtrent het betalen van de courtage echter een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Gelet op die omstandigheid, kan de benadeelde partij thans in haar vordering tot schadevergoeding niet worden ontvangen, maar zij kan die vordering – anders dan door de politierechter is beslist – wel bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Het hof komt derhalve tot vernietiging van dit deel van het vonnis.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en doet in zoverre opnieuw recht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadever-goeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door:
mr. E.N. van der Spoel, voorzitter,
mr. J.F. Dekking en mr. F.C.J.E. Meeuwis, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N.S. Willems Ettori-Oort, griffier,
en op 27 november 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.