ECLI:NL:GHSHE:2019:448

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
24 januari 2019
Publicatiedatum
8 februari 2019
Zaaknummer
AVNR 000076-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 406 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen bevel tot gevangenhouding wegens gebrek aan belang

Verdachte was in hoger beroep gegaan tegen een bevel tot gevangenhouding dat was uitgevaardigd door de rechtbank. Dit bevel hield verband met de uitvoering van een in Frankrijk opgelegde gevangenisstraf en nieuwe verdenkingen van moord en gekwalificeerde diefstal. Tijdens de behandeling in raadkamer gaf de raadsvrouw van verdachte aan dat verdachte geen bezwaar meer had tegen het bevel tot gevangenhouding, waardoor het belang bij het beroep was komen te vervallen.

Het hof oordeelde dat de beroepsmogelijkheid volgens artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering niet bedoeld is om bezwaar te maken tegen de afwijzing van een verzoek tot schorsing van de gevangenhouding, waartegen geen hoger beroep mogelijk is. Omdat verdachte geen bezwaar had tegen het bevel zelf, was hij niet-ontvankelijk in het beroep.

Het hof verklaarde het beroep van verdachte niet-ontvankelijk en wees daarmee het hoger beroep af. Deze beslissing werd genomen door drie raadsheren onder voorzitterschap van mr. E.A.A.M. Pfeil. De advocaat-generaal bracht deze beschikking ter kennis van verdachte.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht
Bijzondere zaak, nummer: [nummer]
Parketnummer 1e aanleg: [nummer]
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de [rechtbank] van [datum] , waarbij namens:

[naam verdachte]

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats]
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande
thans verblijvende in [detentieplaats]
hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de [rechtbank] van [datum] , bij welke beschikking de gevangenhouding van [naam verdachte] werd bevolen.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw.
Het hof heeft kennis genomen van de akte rechtsmiddel waaruit blijkt dat namens verdachte tijdig beroep is aangetekend tegen het bevel gevangenhouding voor de duur van 90 dagen.
Het hof heeft kennis genomen van het dossier.
Uit het dossier blijkt onder meer het volgende.
Verdachte wordt verweten moord en gekwalificeerde diefstal, meermalen gepleegd. Verdachte is in het kader van de erkenning van strafvonnissen vanuit Frankrijk overgebracht naar Nederland en is in ons land aangekomen op [datum] . Verdachte is in Frankrijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar wegens kort gezegd, invoer van en voorhanden hebben van ongeveer twee kilo cocaïne. Het restant van de in Frankrijk opgelegde straf wordt in ons land ten uitvoer gelegd.
Op [datum] is verdachte voor de nieuwe feiten aangehouden en in verzekering gesteld. Vervolgens is door de rechter commissaris een bevel bewaring gegeven. De bewaring is vervolgens geschorst ter fine van de executie van de gevangenisstraf welke in Frankrijk is opgelegd en aan Nederland is overgedragen. De rechtbank heeft vervolgens, na hoger beroep door de officier van justitie, de voorwaarden van de schorsing gewijzigd in dier voege dat de schorsing eindigt zodra de detentiefasering een aanvang neemt. Het onderzoek ter terechtzitting is aangevangen op [datum] .
De rechtbank heeft ter zitting op vordering van de officier van justitie de schorsing van de bewaring opgeheven en het bevel gevangenhouding verleend. De rechtbank heeft het verzoek tot schorsing van de gevangenhouding afgewezen. Tegen de beslissing tot verlening van het bevel gevangenhouding is thans het beroep gericht.
De raadsvrouw heeft op voorhand per e-mail aan het hof bericht dat het bezwaar tegen het bevel tot gevangenhouding zit in het afgewezen verzoek tot schorsing. Tijdens de behandeling in raadkamer heeft de raadsvrouw naar voren gebracht geen bezwaar te hebben tegen het bevel tot gevangenhouding en zij heeft vervolgens mondeling een verzoek tot schorsing gedaan ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de straf welke geëxecuteerd werd op het moment dat verdachte voor de onderhavige zaak in voorlopige hechtenis werd genomen.
Het hof zal verdachte niet-ontvankelijk verklaren in zijn beroep nu namens hem te kennen is gegeven dat hij geen bezwaar heeft tegen het bevel tot gevangenhouding waardoor verdachte geen belang meer heeft bij het tegen het bevel tot gevangenhouding ingediende beroep.
De beroepsmogelijkheid ex artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering is niet bedoeld om een rechtsingang te creëren teneinde bezwaar te maken tegen de afwijzing van een verzoek tot schorsing, tegen welke beslissing hoger beroep niet mogelijk is.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gedaan op 24 januari 2019
door mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter, mr. F.J.M. Walstock en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier.
De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
's-Hertogenbosch, 24 januari 2019
Gezien d.d.
De directeur van [detentieplaats]