ECLI:NL:GHSHE:2019:448
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Beschikking
- E.A.A.M. Pfeil
- F.J.M. Walstock
- G.P.M.F. Mols
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen bevel tot gevangenhouding wegens gebrek aan belang
Verdachte was in hoger beroep gegaan tegen een bevel tot gevangenhouding dat was uitgevaardigd door de rechtbank. Dit bevel hield verband met de uitvoering van een in Frankrijk opgelegde gevangenisstraf en nieuwe verdenkingen van moord en gekwalificeerde diefstal. Tijdens de behandeling in raadkamer gaf de raadsvrouw van verdachte aan dat verdachte geen bezwaar meer had tegen het bevel tot gevangenhouding, waardoor het belang bij het beroep was komen te vervallen.
Het hof oordeelde dat de beroepsmogelijkheid volgens artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering niet bedoeld is om bezwaar te maken tegen de afwijzing van een verzoek tot schorsing van de gevangenhouding, waartegen geen hoger beroep mogelijk is. Omdat verdachte geen bezwaar had tegen het bevel zelf, was hij niet-ontvankelijk in het beroep.
Het hof verklaarde het beroep van verdachte niet-ontvankelijk en wees daarmee het hoger beroep af. Deze beslissing werd genomen door drie raadsheren onder voorzitterschap van mr. E.A.A.M. Pfeil. De advocaat-generaal bracht deze beschikking ter kennis van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenhouding wegens gebrek aan belang.