Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde het hoger beroep in twee samenhangende zaken betreffende kinderalimentatie tussen de man en vrouw na beëindiging van hun relatie. De rechtbank had eerder een alimentatiebedrag vastgesteld, dat door beide partijen in hoger beroep werd aangevochten met verschillende griefpunten over de behoefte van de kinderen en de draagkracht van de man.
Het hof ging uit van de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank, waaronder de geboorte van twee minderjarige kinderen en de periode van samenwoning van de ouders. Het hof stelde vast dat de behoefte van de kinderen berekend moest worden uitgaande van een situatie waarin partijen in gezinsverband hebben samengeleefd, wat leidde tot een behoefte van € 517 per kind per maand in 2018.
De draagkracht van de man werd besproken met name in relatie tot een schuld aan een schuldeiser, waarbij het hof rekening hield met een maandelijkse last van € 200. Vanaf 2 september 2019 was de man werkloos en ontving een WW-uitkering, waarop het hof de draagkracht aanpaste. De vrouw had een stabiel inkomen uit haar onderneming.
Het hof berekende de kinderalimentatie voor de periode van 2 september tot 2 november 2019 op € 131 per kind per maand en vanaf 2 november 2019 op € 114,75 per kind per maand, met inachtneming van een zorgkorting en het tekort tussen behoefte en draagkracht. Tevens werd bepaald dat de vrouw teveel betaalde bedragen aan de man moet terugbetalen.
De beschikking van de rechtbank werd voor het overige bekrachtigd en de proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijzigt de kinderalimentatie vanaf 2 september 2019 op basis van gewijzigde draagkracht en bevestigt de eerdere beschikking voor de rest.