Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 4 september 2018;
- het proces-verbaal van de enquête van 13 november 2018;
- de akte na enquête van [geïntimeerde] met vier producties;
- de antwoordmemorie na enquête van [appellante] met drie producties
6.De verdere beoordeling
en uit te voeren(cursivering Hof) (…)”
niet.
nietverklaard dat hij voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst met [geïntimeerde] en/of [getuige 4] heeft besproken dat [appellante] zich het recht wenste voor te behouden om, als de marktsituatie zich zodanig zou ontwikkelen dat de begrote prijs voor de appartementen niet haalbaar zou zijn, eenzijdig te beslissen om van de verkoop en de bouw van de appartementen af te zien.
nietverklaard dat de kwestie van het door [appellante] te behalen rendement voorafgaand aan het tekenen van de overeenkomst tussen Lanoye en [appellante] is besproken en dat daarbij is afgesproken dat dat [appellante] zich het recht had voorbehouden om, als de marktsituatie zich zodanig zou ontwikkelen dat de begrote prijs voor de appartementen niet haalbaar zou zijn, eenzijdig te beslissen om van de verkoop en de bouw van de appartementen af te zien. [getuige 4] heeft verder verklaard dat met het woord “realiseren” in artikel 11 van Pro de overeenkomst inderdaad “bouwen” wordt bedoeld.
- met [geïntimeerde] voorafgaand aan het tekenen van de overeenkomst niet gesproken is over de mogelijke invloed van negatieve marktontwikkelingen op de verplichtingen van [appellante] uit hoofde van de overeenkomst en met name niet over het een recht van [appellante] om bij dergelijke ontwikkelingen eenzijdig te kunnen besluiten om van verkoop en dus het bouwen van de appartementen af te zien;
- [geïntimeerde] wilde een bepaalde prijs voor zijn panden verkrijgen en had eigenlijk niets met de begroting van het door [appellante] te behalen rendement te maken;
- [appellante] eerder betrokken is geweest bij de ontwikkeling c.q. financiering van een (bouw)project en in deze heeft te gelden als een partij die ervaring heeft op dit gebied.
zoals in deze zaak), de partij wier tekortkoming een grond voor ontbinding heeft opgeleverd (
in deze zaak: [appellante]) verplicht is haar wederpartij (
hier: [geïntimeerde]) de schade te vergoeden die deze lijdt, doordat geen wederzijdse nakoming doch ontbinding van de overeenkomst plaatsvindt. Op grond hiervan dient [appellante] het positief contractbelang van [geïntimeerde] te vergoeden. De verschuldigde schadevergoeding wordt gevonden door vergelijking van twee denkbare vermogenssituaties: enerzijds die welke zou zijn voortgevloeid uit een in alle opzichten onberispelijke nakoming, anderzijds die welke zou resulteren uit een ontbinding zonder schadevergoeding,
na afwikkeling van de daaruit voortvloeiende restitutieverplichtingen.