ECLI:NL:GHSHE:2019:4607

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
17 december 2019
Publicatiedatum
17 december 2019
Zaaknummer
200.264.356_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep kort geding over erfgrens en uitsluitend gebruik met descente en comparitie

In deze zaak gaat het om een hoger beroep in een kort geding over een geschil tussen partijen betreffende de erfgrens en het uitsluitend gebruik van een perceel, waarbij tevens het voorkomen van hinder aan de orde is. De zaak is voortgekomen uit een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg.

Het hof heeft besloten om een descente te gelasten, waarbij de situatie ter plaatse wordt opgenomen om een beter beeld te krijgen van de feitelijke omstandigheden. Aansluitend zal een comparitie van partijen plaatsvinden, waarin partijen de gelegenheid krijgen om informatie uit te wisselen, de stand van zaken te bespreken en een minnelijke regeling te beproeven. Tevens kan tijdens de comparitie worden gesproken over verwijzing naar mediation.

De partijen zijn opgeroepen om op 19 februari 2020 in persoon met hun advocaten te verschijnen voor de descente en later die dag voor de comparitie. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan tot na deze zittingen. Het arrest is gewezen door de raadsheren P.P.M. van Reijsen, M.J. van Laarhoven en G.J. Vossestein en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2019.

Uitkomst: Het hof gelast een descente en comparitie en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht
zaaknummer 200.264.356/01
arrest van 17 december 2019
in de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. E. Meuwissen te Maastricht,
tegen
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.A.J.A. Luijten te 's-Hertogenbosch,
op het bij exploot van dagvaarding van 8 augustus 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond van 11 juli 2019, gewezen tussen appellant als eiser en geïntimeerde als gedaagde in conventie, eiser in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/265690 / KG ZA 19-277)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties;
  • de memorie van antwoord tevens incidenteel appel met producties en vermeerdering van eis;
  • de memorie van antwoord in incidenteel appel.
Geïntimeerde heeft comparitie gevraagd.

3.De beoordeling

3.1.
In de aard van het geschil ziet het hof aanleiding om in de onderhavige zaak een descente te gelasten, waarna aansluitend op het hof een comparitie van partijen gehouden zal worden. De descente heeft tot doel de situatie ter plaatse op te nemen. De comparitie heeft tot doel informatie uit te wisselen en de stand van zaken in de procedure te bespreken. Tevens kan de comparitie worden benut om een minnelijke regeling te beproeven. Desgewenst kan ter zitting verwijzing van de zaak naar mediation worden besproken. De partijen zullen bij de comparitie in de gelegenheid worden gesteld om de zaak kort toe te lichten.
3.2.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

4.De uitspraak

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon tezamen met hun advocaten op
woensdag 19 februari 2020 om 9.30 uurzullen verschijnen voor het hof op het adres [adres] te [postcode] [plaats] , met als doel de situatie ter plaatse op te nemen;
bepaalt dat partijen in persoon bijgestaan door hun advocaten op
woensdag 19 februari 2020 om 13.30 uurzullen verschijnen op de zitting van het hof in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch, met als doel informatie uit te wisselen en de stand van zaken in de procedure te bespreken, alsmede het beproeven van een minnelijke regeling;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.P.M. van Reijsen, M.J. van Laarhoven en G.J. Vossestein en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 december 2019.