Uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 15 mei 2018;
- het proces-verbaal van de comparitie van partijen op 21 augustus 2018, waarbij geen minnelijke regeling van het geschil is bereikt;
- de memorie van grieven van [appellant] van 30 oktober 2018 met producties;
- de memorie van antwoord in het principaal appel tevens memorie van grieven in het incidenteel appel van [geïntimeerde] van 22 januari 2019 met producties;
- de memorie van antwoord in het incidenteel appel van [appellant] van 5 maart 2019;
- de akte van [geïntimeerde] van 16 april 2019 met een productie;
- de antwoordakte van [appellant] van 14 mei 2019.
6.De verdere beoordeling
primaireen verklaring voor recht dat de auto niet beantwoordt aan de koopovereenkomst en dat deze op 14 april 2017 buitengerechtelijk is ontbonden, met veroordeling van [appellant] tot terugbetaling van de koopsom met rente en tot betaling van de kosten van bewaring/stalling.
Subsidiairvordert [geïntimeerde] een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen door dwaling en dat deze op 14 april 2017 door hem buitengerechtelijk is vernietigd, met veroordeling van [appellant] tot terugbetaling van de koopsom met rente en tot betaling van de kosten van bewaring/stalling.
Meer subsidiairvordert [geïntimeerde] veroordeling van [appellant] tot het (doen) herstellen van de gebreken op zijn kosten en tot betaling van de kosten van bewaring/stalling.
primairevordering van [geïntimeerde] toewijsbaar, met uitzondering van de onvoldoende onderbouwde stallingskosten.
45.235 blijkt op een verschrijving te berusten) en op 2 augustus 2018 (onderzoek [Automotive] ) een tellerstand van 215.624 km. Dat betekent dat er na de aankoop door [geïntimeerde] tot het moment dat hij de auto bij [auto's] stalde 7.235 km met de auto is gereden en dat er in de daarop volgende periode van ruim anderhalf jaar tot aan het onderzoek door [Automotive] nog geen 400 km meer gereden is.