Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
hij op of omstreeks 23 februari 2018 te [pleegplaats] stoffen en/of voorwerpen heeft bereid, bewerkt, verwerkt, te koop aangeboden, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, vervaardigd of voorhanden heeft gehad, te weten één en/of meerdere assimilatielamp(en) en/of een koolstoffilter en/of een schakelbord en/of een transformatorlamp dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden, andere betaalmiddelen en/of gegevens voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;
hij op of omstreeks 23 februari 2018 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 228, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.
hij op 23 februari 2018 te [pleegplaats] voorwerpen voorhanden heeft gehad, te weten assimilatielampen, een koolstoffilter, een schakelbord en een transformatorlamp, waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;
hij omstreeks 23 februari 2018 te [pleegplaats] , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 228 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 februari 2018 (p. 157), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant I] :
Kennisgeving van inbeslagneming (p. 159-161):
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 23 februari 2018 (p. 242-243), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte:
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 24 februari 2018 (p. 248), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte:
het hof begrijpt: in de woning gelegen aan de [adres 1]) verschillende goederen die bestemd zijn voor de inrichting van een hennepkwekerij aangetroffen, zoals assimilatielampen, een schakelbord en een
De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 28 november 2019, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 26 februari 2018, (p. 90-94), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant III] :
Een geschrift, te weten het proces-verbaal onderzoek stuk van overtuiging d.d. 7 maart 2018, (p. 113-114), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant IV] en [verbalisant V] :
Bijzonderheden: drinkbeker
Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 1 mei 2018, zaaknummer 2018.04.16.077, opgemaakt door [deskundige] :
Een geschrift, te weten een in het politiedossier gevoegd verslag van een telefoongesprek (p. 75), voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 23 februari 2018 (p. 243), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte:
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 24 februari 2018 (p. 245-249), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte:
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 25 februari 2018 (p. 289-294), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte [medeverdachte 2]
het hof begrijpt de keuken/kantine in het pand gelegen aan de [adres 2] te [pleegplaats])
het hof begrijpt: de verdachte) en [medeverdachte 1] kwamen hier ook.
De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 28 november 2019, voor zover inhoudende:U, voorzitter, houdt mij voor het telefoongesprek dat op 22 februari 2018, de dag voor de inval van de politie bij [naam winkel] , gevoerd is.
Het nummer eindigend op [telefoonnummer] was mijn telefoonnummer en [medeverdachte 1] belde mij.
U, voorzitter, houdt mij voor dat de getuige [medeverdachte 2] verklaard heeft dat zij [medeverdachte 1] lichamelijk eigenlijk niet in staat acht een hennepplantage te onderhouden, te installeren en te verzorgen.
Ik kan mij ook niet voorstellen dat hij dat kan.
Het proces-verbaal van verhoor d.d. 24 februari 2018 (p. 199), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van de verdachte [medeverdachte 1] :
Uit het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij blijkt dat op 23 februari 2018 in de kelder van deze winkel een hennepkwekerij werd aangetroffen. Via een luik in de vloer van de keuken/kantine was het mogelijk de kelder te betreden. Uit de inhoud van de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte overal in de winkel kwam en dus ook in de keuken/kantine.
Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat in de hennepkwekerij een drinkbeker werd aangetroffen. Van de bemonstering van deze drinkbeker is een DNA-profiel verkregen. Uit onderzoek is gebleken dat dit DNA-profiel matcht met het DNA van de verdachte en dat de matchkans met een willekeurige andere persoon kleiner is dan 1 op 1 miljard. Het hof concludeert hieruit dat het aangetroffen DNA op de drinkbeker van de verdachte afkomstig is.
Tenslotte acht het hof van belang dat in de hennepkwekerij een groot aantal hennepplanten werd aangetroffen terwijl uit de inhoud van het dossier kan worden afgeleid dat [medeverdachte 1] – fysiek gezien – niet in staat was zonder hulp een hennepkwekerij te onderhouden en te verzorgen.
Nu naar het oordeel van het hof genoegzaam kan worden vastgesteld dat de verdachte en [medeverdachte 1] hebben gesproken over het geven van water aan de hennepplanten en de verdachte om die reden naar de winkel van [medeverdachte 1] is gegaan, terwijl [medeverdachte 1] , die de verantwoordelijkheid voor de hennepplantage op zich neemt, fysiek niet in staat was de teelt uit te voeren, is naar het oordeel van het hof sprake geweest van medeplegen door de verdachte en [medeverdachte 1] .
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.