ECLI:NL:GHSHE:2019:5
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opheffing van bewindvoering wegens duurzame bekwaamheid van rechthebbende
In deze civiele zaak heeft de rechthebbende hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de kantonrechter die het verzoek tot opheffing van het bewind had afgewezen. Het bewind was ingesteld wegens de vermeende ongeschiktheid van de rechthebbende om haar vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen.
De bewindvoerder voerde geen nieuw verweer in hoger beroep, maar verwees slechts naar haar eerdere standpunten. De grieven van de rechthebbende, die stelde dat zij inmiddels schuldenvrij was en haar financiële belangen zelfstandig kon behartigen, werden daardoor onvoldoende weersproken. Ook verschenen noch de bewindvoerder, noch de zonen van de rechthebbende bij de mondelinge behandeling.
Het hof oordeelde dat het bewind niet langer noodzakelijk of zinvol was en vernietigde de beschikking van de rechtbank. Het verzoek tot opheffing van het bewind werd alsnog toegewezen met ingang van 24 januari 2019. Tevens werd bepaald dat de bewindvoerder binnen twee maanden een eindrekening en verantwoording moest afleggen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof heeft het verzoek tot opheffing van het bewind toegewezen en het bewind opgeheven met ingang van 24 januari 2019.