Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/278449/HA ZA 14-197)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant heeft op 2 januari 2007 een eenzijdig auto-ongeval gehad in een bocht in Tilburg, waarbij hij harder reed dan toegestaan en het wegdek slecht was. Hij stelde de gemeente aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW Pro wegens slipgevaarlijk wegdek.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat appellant niet met voldoende zekerheid kon bewijzen dat het wegdek slipgevaarlijk was en dat dit gevaar zich had verwezenlijkt. In hoger beroep handhaafde het hof dit oordeel na uitgebreide bewijswaardering, waarbij getuigenverklaringen, een deskundigenrapport en meldingen van wegonderhoud werden betrokken.
Hoewel het wegdek aan slijtage onderhevig was en de gemeente een waarschuwingsbord had geplaatst, concludeerde het hof dat appellant niet had aangetoond dat het wegdek ondeugdelijk was in de zin van artikel 6:174 BW Pro. Ook ontbrak bewijs dat het slipgevaar daadwerkelijk tot het ongeval had geleid. De vorderingen werden daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende bewijs van slipgevaarlijk wegdek en aansprakelijkheid van de gemeente.