Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende exploiteerde een eenmanszaak die auto's inkocht in Duitsland en verkocht aan afnemers in andere EU-lidstaten, waarbij het 0% btw-tarief voor intracommunautaire leveringen werd toegepast. De Belastingdienst legde naheffingsaanslagen op omdat niet kon worden bewezen dat de auto's daadwerkelijk naar andere lidstaten waren vervoerd.
De Rechtbank verklaarde de boetebeschikkingen vernietigd maar wees de naheffingsaanslagen en heffingsrente toe. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur alle relevante stukken had overgelegd en dat belanghebbende niet voldeed aan zijn bewijslast om het 0% tarief toe te passen, omdat geen vervoersdocumentatie was overgelegd.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat het niet aannemelijk was dat belanghebbende tijdens het bedrijfsbezoek in 2009 niet was gewezen op onjuistheden in zijn handelswijze. De naheffingsaanslagen en heffingsrente blijven daarom in stand en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen omzetbelasting blijven in stand.