ECLI:NL:GHSHE:2019:558
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens ontbreken klacht bij verduistering binnen familie
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor verduistering van een personenauto die toebehoorde aan de aangeefster, zijn stiefmoeder. De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een geldboete van €500, subsidiair 10 dagen hechtenis, waartegen hoger beroep was ingesteld.
Het hof onderzocht of het Openbaar Ministerie ontvankelijk was in de vervolging, aangezien het delict een klachtdelict betreft vanwege het familieverband tussen verdachte en aangeefster. De wet vereist een uitdrukkelijke klacht van het slachtoffer tegen de verdachte, ingediend bij een (hulp)officier van justitie.
Uit de aangifte van de aangeefster bleek geen uitdrukkelijke klacht of duidelijke bedoeling tot strafvervolging. De aangifte was vooral gericht op het melden van boetes die zij ontving vanwege het kenteken dat op haar naam stond, terwijl de verdachte de auto gebruikte. Het hof oordeelde dat dit niet volstaat als klacht en dat het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk is.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en de strafbeschikking en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk. Het verzoek om getuigen te horen werd niet behandeld vanwege deze niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een geldige klacht bij het klachtdelict verduistering.