ECLI:NL:GHSHE:2019:576
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling wegens ontbreken meerwaarde door weerstand minderjarige tegen omgang vader
De zaak betreft een hoger beroep tegen de verlenging van een ondertoezichtstelling van een minderjarige, die sinds augustus 2017 onder toezicht stond van een gecertificeerde instelling (GI). De moeder was tegen verlenging van deze maatregel, terwijl de GI aanvankelijk verlenging vorderde. Tijdens de zitting heeft de gezinsvoogd, namens de GI, een gewijzigd standpunt ingenomen en geconcludeerd dat er geen sprake meer is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij de minderjarige.
De gezinsvoogd baseerde dit op eigen onderzoek en gesprekken met betrokken instanties, waaronder een psycholoog die stelde dat geforceerd contact met de vader schadelijk is voor het kind. De vader toonde begrip voor deze visie en wilde het contact niet forceren. De minderjarige zelf heeft een negatief beeld van zijn vader, wat het contact bemoeilijkt.
Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling geen meerwaarde meer heeft en het evenwicht in het leven van de minderjarige kan verstoren. De maatregel, oorspronkelijk bedoeld om de relatie tussen vader en zoon te verbeteren, heeft dit doel niet bereikt. Daarom wordt de ondertoezichtstelling beëindigd met ingang van heden, terwijl de eerdere beschikking voor de periode daarvoor wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt niet verlengd en beëindigd wegens het ontbreken van een meerwaarde en de weerstand van de minderjarige tegen omgang met zijn vader.