Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is aangeslagen voor reclamebelasting over 2016 vanwege posters en raamstickers bij een kledingwinkel in Tilburg. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank, die de aanslag handhaafde, is hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het geschil betrof de rechtmatigheid van de aanslag, met name de beperking van het heffingsgebied, de tariefindeling op basis van WOZ-waarde, de toepassing van vrijstellingen en de naleving van algemene bestuursbeginselen. Het Hof overwoog dat de beperking van het heffingsgebied objectief en redelijk is, mede omdat de opbrengst van de belasting binnen dat gebied wordt besteed. De tariefstelling is geoorloofd en niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel of het verbod op draagkrachtbelasting.
De vrijstelling voor niet-permanente aankondigingen is niet van toepassing op de permanente raamstickers en posters van belanghebbende. Ook is geen schending van bestuursrechtelijke beginselen vastgesteld. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aanslag reclamebelasting is bevestigd.