Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 4066279 CV EXPL 15-3765)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met een productie (nr. 2, bestaande uit kopieën van facturen en foto’s);
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
- [appellante] is eigenaresse van de woning aan de Nieuweweg 10 te Valkenburg aan de Geul.
- Bij de schriftelijke huurovereenkomst, waarvan een kopie is overgelegd bij de inleidende dagvaarding, heeft [appellante] de woning met ingang van 16 augustus 2012 verhuurd aan vier huurders, waaronder [geïntimeerde] . In de huurovereenkomst staat onder meer het volgende:
- Op grond van artikel 11.1 van de huurovereenkomst hebben de huurders, althans heeft [geïntimeerde] , aan [appellante] een borgsom betaald van € 1.800,--.
- Bij aanvang van de huur is geen beschrijving van het verhuurde opgemaakt zoals bedoeld in artikel 7:224 lid 2 BW Pro.
- Bij e-mail van 27 februari 2014 heeft [medewerker van Mijn Huis en ik] van “MIJN HUIS en ik” aan de vier huurders onder meer het volgende meegedeeld.
- Bij brief van 13 augustus 2014 heeft de advocaat van [geïntimeerde] [appellante] gesommeerd om – kort gezegd – de waarborgsom binnen vier dagen aan de huurders te restitueren.
- Bij brief van 11 september 2014 heeft een door [appellante] ingeschakelde gemachtigde onder meer het volgende meegedeeld aan de advocaat van [geïntimeerde] :
- een hoofdsom van € 1.800,--, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 29 juli 2014;
- € 270,-- ter zake buitengerechtelijke kosten;
- Aangenomen moet worden dat de woning bij het einde van de huur correct is opgeleverd. [geïntimeerde] is ter zake de oplevering dus niets aan [appellante] verschuldigd. Het beroep van [appellante] op verrekening van de waarborgsom met een tegenvordering ter zake ondeugdelijke oplevering van de woning moet daarom worden verworpen (rov. 4.1).
- De vordering tot terugbetaling van de waarborgsom is dus toewijsbaar, evenals de over de waarborgsom gevorderde wettelijke rente vanaf 29 juli 2014 (rov. 4.2).
- De vordering ter zake buitengerechtelijke kosten is niet toewijsbaar (rov. 4.3).
- [appellante] veroordeeld om aan [geïntimeerde] € 1.800,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 29 juli 2014;
- [appellante] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld;
- het meer of anders gevorderde (de vordering ter zake buitengerechtelijke kosten) afgewezen.
- [appellante] heeft nagelaten de gestelde schade concreet te duiden;
- aangenomen moet worden dat de woning correct is opgeleverd;
- het beroep van [appellante] op verrekening van de waarborgsom met door haar geleden schade faalt.
- Factuur [factuurnummer] van [elektrotechniek] Elektrotechniek ten bedrage van € 631,52 inclusief btw betreft “Werkzaamheden volgens bijgaande bon(nen)”. Enige nadere omschrijving ontbreekt. Uit deze factuur is niet af te leiden dat hij betrekking heeft op voor rekening van de huurders komende schade. Bonnen die tezamen het bedrag van € 631,52 inclusief btw (€ 521,92 exclusief btw) belopen, zijn niet bijgevoegd.
- De ongedateerde handgeschreven nota van [elektrotechniek] Elektrotechniek ten bedrage van € 458,84 betreft kennelijk de levering van diverse producten (zonder toelichting is niet duidelijk wat voor producten) en 7 arbeidsuren tegen een bedrag van € 41,-- per uur. Ook uit deze nota is zonder toelichting, die niet is gegeven, op geen enkele wijze af te leiden dat hij betrekking heeft op voor rekening van de huurders komende schade.
- De factuur van Klussenbedrijf [klussenbedrijf] van 12 juli 2014 ten bedrage van € 2.191,58 betreft volgens de omschrijving op de factuur “Schilderwerk keuken slaapkamers en hal. incl. schilderen van enkele deuren”. Ook ten aanzien van deze factuur is niet duidelijk waarom die voor rekening van de huurders zou komen. Daarbij is mede van belang dat niets gesteld of gebleken is over de staat van het schilderwerk in het gehuurde bij aanvang van de huur.