Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een akkerbouwer die samen met zijn echtgenote een vennootschap onder firma drijft, had in 2013 een zonnepaneleninstallatie aangeschaft en deze afgeschreven op de herinvesteringsreserve (HIR) die was gevormd na verkoop van melkquota. De Inspecteur corrigeerde dit door de afschrijvingstermijn op twintig jaar te stellen en de afboeking op de HIR te weigeren.
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat zonnepanelen en omvormers samen één bedrijfsmiddel vormen en dat de afschrijvingstermijn van maximaal tien jaar niet aannemelijk was gemaakt. Het hof bevestigt deze overwegingen en wijst het hoger beroep van belanghebbende af. De technische en economische levensduur van de installatie is langer dan tien jaar, mede gelet op garanties en ervaringscijfers.
Ook de onzekerheid over toekomstige subsidieregelingen of salderingsregelingen leidt niet tot een kortere afschrijvingstermijn. Het hof acht de door de Inspecteur gehanteerde afschrijvingstermijn van twintig jaar redelijk en wijst het beroep af. Daarnaast worden de kostenvergoedingen en griffierechten niet gewijzigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.