Uitspraak
5.Het verdere verloop van het geding
- het tussenarrest van 23 oktober 2018;
- de akte van [appellante] van 4 december 2018 met een productie;
- de antwoordakte van Leystromen van 15 januari 2019 met een productie.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak stond de vraag centraal of herhaalde huurachterstanden van de huurder ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigen. De huurder erkende een huurachterstand van ongeveer 1,5 maand per maart 2017, maar stelde dat deze snel was ingelopen en dat zij sindsdien haar verplichtingen correct nakwam. De verhuurder stelde dat de achterstand groter was en dat de huurder bij herhaling te laat betaalde.
Het hof oordeelde dat hoewel er sprake was van huurachterstanden en niet altijd tijdige betaling, deze tekortkomingen niet voldoende waren om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Het hof baseerde zich hierbij op de maatstaf van de Hoge Raad uit september 2018, waarbij alle omstandigheden van het geval worden meegewogen, waaronder het woonbelang van de huurder en het feit dat de verhuurder aanvankelijk koos voor voortzetting van de huurovereenkomst.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van de verhuurder af. Tevens werd de verhuurder veroordeeld tot betaling van de proceskosten en terugbetaling van een bedrag dat de huurder reeds had voldaan, met rente. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren op 5 maart 2019.
Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst worden afgewezen en het vonnis van eerste aanleg wordt vernietigd.